oktober 2008


 België heeft in de laatste decennia, mede door de economische crisis van de 70’er en 80’er jaren en de nefaste wafelijzerpolitiek, een astronomische schuldenberg opgebouwd. Deze week sneuvelde een nieuw, intriest record. De symbolische grens van de 300 miljard euro, ofte 12 triljoen (sic) oude Belgische franken, staatsschuld werd voor het eerst overschreden. Eind september stond de teller van Vadertje Staat 295.355.327.115 euro in het rood. Door het overheidsingrijpen in FORTIS, DEXIA, ETHIAS en KBC tastte de federale overheid in oktober voor 20 miljard euro in de geldbuidel, via extra leningen welteverstaan. Niettegenstaande de Europese afspraak om deze ‘investeringen’ niet in de begroting te hoeven inschrijven (enkel de extra rentelasten), komt deze 20 miljard euro uiteraard wel op conto van ons nationaal schuldsaldo.

Hiermee blijft België, met 28.125 euro staatsschuld per inwoner, de Olympische kampioen Staatschuld, of beter, de Paralympische kampioen. Zelfs de Verenigde Staten – bekend om hun fenomenale staatsschuld – ‘scoren’ lager met 26.047 euro staatsschuld per inwoner.

Kortom, slecht nieuws, maar wat betekent dit concreet?

België nam met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht in 1992 (!) het engagement om haar staatsschuld onder de 60%-norm te doen dalen. Dit betekent dat de schuldlasten niet meer dan 60% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mogen bedragen. Het is een begrotingsafspraak tussen alle landen van de Europese Unie met de bedoeling de populaire ‘multiplier effect’-theorie van J.M. Keynes aan banden te leggen en zo een stabiele Europese economie (en later, munt) te garanderen. Solidariteit, samenwerking en respect voor elkaars economie lagen en liggen aan de basis van dit engagement. Het principe is eenvoudig: als één lidstaat in de fout gaat, betaalt iedereen de prijs. Toch verkreeg België in ’92 een uitzondering op de 60%-norm om toe te kunnen treden tot de eurozone. 16 jaar later zijn we met 85% nog steeds zowat de slechtste leerling van de klas. Enkel eeuwige ‘probleemkinderen’ Griekenland (94%) en Italië (104%) presteren slechter. Ter vergelijking: in Nederland zit men aan 35% van het BBP, nieuwe lidstaten Roemenië (13%) en Bulgarije (18%) doen het vijf tot zes keer beter dan ‘founding father’ België.

Toch gaat het traag maar zeker naar beneden. Of beter, het ging naar beneden. Alle parameters wijzen er immers op dat we in 2008, voor het eerst in meer dan 20 jaar, terug verder weg drijven van de 60%-doelstelling. De kredietcrisis en de stilvallende economie vormen de al te gemakkelijke schuldenbokken van dienst. Het politiek immobilisme binnen Leterme Un, de niet-aflatende vetzucht van het federale overheidsbestel, de algemene malaise bij Financiën en het grandioos falen van het Generatiepact, zijn echter de enige échte schuldigen. Dit is rampzalig, zeker als we weten dat de structurele problemen nog moeten komen. Zo kent de vergrijzing haar hoogtepunt pas in 2030…

Naast de vaststelling dat we met een torenhoge staatsschuld moeilijk van een stabiele, sterke economie kunnen spreken, wegen de rentelasten erg zwaar door op de federale begroting. Ze bedroegen vorig jaar ongeveer 4% van het BBP of bijna één derde (27%) van de te besteden federale middelen. Met andere woorden, als de staatsschuld fors stijgt, zoals dit jaar, is er nog minder geld voorhanden om beleid te voeren op de zaken ‘waar de mensen echt van wakker liggen’.

De situatie is onhoudbaar en onaanvaardbaar. Vlaanderen kan niet blijven opdraaien voor de Waalse tekorten. Zolang de staatsschuld een nationale materie blijft, zal de Franstalige ‘état major’ het nut van besparingen niet inzien en het geld over de balk blijven gooien, met of zonder wafelijzer in de hand. Een opsplitsing van de overheidsschuld en dus de responsabilisering van de deelstaten, is de enige optie. Logischerwijze moet deze operatie gepaard gaan met het versterken van de fiscale autonomie én moet de federale overheid zich schuldenvrij houden, omdat de investeringspolitiek dan toch op niveau van de deelstaten gebeurt.

Het bepalen van de verdeelsleutel wordt uiteraard een erg moeilijke, maar niet onoverkomelijke beslissing. De fundamentele keuze tussen enerzijds een communautarisering van de staatsschuld (d.i. een verdeling op basis van het aantal Vlamingen – Franstaligen, voor 2008 betekent dit 59,7% – 40,3%) en anderzijds een verdeling op basis van het principe van de ‘juste retour’ (d.i. een verdeling op basis van het aandeel van elk gewest in het BBP, voor 2008 betekent dit 58% Vlaanderen – 18,7% Brussel – 23,3% Wallonië) zal hoe dan ook gemaakt moeten worden. Persoonlijk pleit ik alvast voor het meest realistische scenario, zijnde een communautarisering van de Belgische staatsschuld. Voor Vlaanderen betekent dit concreet de schuldovername van ongeveer 180 miljard euro, equivalent van een schuldgraad van 85%. Een zure appel om doorheen te bijten, maar wie kan sturen, zeilt bij elke wind. 

Eric Van Rompuy vond het blijkbaar nodig om Geert Bourgeois gisteren in het Vlaams Parlement zwaar te beledigen. De ‘grote Vlaamse CD&V-roerganger’ vindt Dhr. Bourgeois maar ‘un tout petit monsieur’. Dit is niet de eerste keer dat hij onder de gordel stoot, Geert Bourgeois was al ‘un tout petit monsieur’ eind 2006 toen de N-VA Jean-Marie Dedecker in de armen sloot. Na Dedecker’s defenestratie en het kartelherstel verklaarde Van Rompuy, Geert Bourgeois op zijn blog opnieuw ‘un grand monsieur’. Sinds de kartelbreuk is hij echter terug ‘tout petit’. Als het niet in zijn kraam past zijn we blijkbaar allemaal ‘tout petit’ voor de heer Van Rompuy. Wie gelooft die man nog?

 De leden van de Vooruitgroep gaan wel erg kort door de bocht als ze concluderen dat kleine staatjes niet opgewassen zijn tegen grote problemen. Een kleine natie heeft in tegenstelling tot vroeger geen nadeel meer van zijn kleine interne markt, als ze behoort tot een grote open markt, zoals de Europese.  

In een klassiek links opiniestuk in De Standaard van 21 oktober gaan de leden van de Vooruitgroep fel tekeer tegen de ‘verkrampte’ Vlaams-nationalisten. Wij zouden, ‘kampend met een voorbijgestreefd historisch trauma over taaldiscriminatie, van de basisstelling vertrekken dat een regionale staat alleen voldoende is om een algemeen belang te verdedigen’.

Ik weet niet waar de auteurs dit halen, maar het komt zeker niet uit het N-VA partijprogramma. Wij verdedigen immers het model van een Vlaanderen als zelfstandige lidstaat van de Europese Unie. Vlaanderen is geen eiland, het ‘Fort Vlaanderen’ is een droom die eindigt in een nachtmerrie. Het werkt immers net omgekeerd. Zo leert ons de gerenommeerde Amerikaanse professor Dr. Spolaore in zijn spraakmakende werk ‘The Size of Nations’. Hoe meer open de wereld wordt, kortom, hoe meer globalisering, hoe gemakkelijker landen het zich kunnen veroorloven om kleiner te zijn. Voorwaarde is dat ze daardoor uiteraard ook zelf meer open moeten zijn, wat zorgt voor een grotere openheid in een wereld van kleinere staten. En wij zijn blijkbaar niet alleen in ons ‘krampachtig’ streven naar meer autonomie. Zoals we allemaal weten, is het aantal soevereine staten enorm toegenomen gedurende de laatste decennia. Aan het einde van WO II waren er 76 onafhankelijke landen in de wereld, vandaag zijn er dat 194. Meer dan de helft van die landen tellen minder dan zes miljoen inwoners en zijn dus kleiner dan Vlaanderen. Daarnaast zijn er in een 50-tal landen over alle werelddelen, gebieden waar een deel van de bevolking zich wil afscheiden (bvb. Schotland, Québec …) of zich sterk identificeert met de bevolking van een naburig land (bvb. Noord-Ierland). En ja, ik reken daar ook Vlaanderen bij. Toch gaat het de N-VA niet om ‘splitsen om te splitsen’. Wij hebben gedurende 15 maanden geprobeerd om via onderhandelingen tot een grote staatshervorming te komen. Een eervol compromis lag echter op geen enkel ogenblik binnen handbereik.

Ons persbericht heeft haar effect niet gemist want het heeft niet lang geduurd of het spel zat op de wagen. Er heerst forse onenigheid binnen de Vlaamse Regering over het dossier van de voetbalstadions. Minister Patricia – ‘Verliefd op Leuven’ – Ceysens kan nu wel protesteren, maar feit blijft dat ‘haar’ Open VLD mee besliste om enkel eersteklasseclubs de mogelijkheid te bieden om een dossier in te dienen en zo dus Vlaams-Brabant te liquideren. De selectiecommissie die de criteria vastlegde, de Overlegcommissie Voetbalinfrastructuur Vlaanderen, wordt immers ook bevolkt door iemand van het kabinet van Open VLD-minister Dirk Van Mechelen. Dito trouwens voor CD&V, met een vertegenwoordiger van het kabinet van minister-president Kris Peeters.

 

Hoe dan ook, ik hoop dat er nog iets aan kan veranderen…  

 

Het Laatste Nieuws 21 oktober 2008 
Politici protesteren tegen subsidieweigering voetbalstadion
|<< << 9 van 16 >> >>|
Politici protesteren tegen subsidieweigering voetbalstadionDe Leuvense toppolitici Louis Tobback (sp.a), Carl Devlies (CD&V) en Patricia Ceysens (Open Vld) pikken het niet dat minister van Sport Bert Anciaux (Vl.Progr.) Vlaams-Brabant als enige Vlaamse provincie subsidies wil ontzetten voor de bouw van een nieuw voetbalstadion. «Er is een limiet aan de dwaasheid», stelt Tobback.

LEUVEN

In antwoord op een vraag van Kris Van Dijck (N-VA) stelt Anciaux dat hij 50 miljoen euro veil heeft voor nieuwe stadions. Maar alleen clubs uit de hoogste voetbalklasse komen in aanmerking. Vlaams-Brabant is de enige provincie zonder eersteklasser, OHL en Tienen spelen in tweede klasse.

Daarmee komt Anciaux terug op zijn eerdere schriftelijke toezegging dat de Vlaamse Regering in alle Vlaamse provincies één nieuw stadion zou subsidiëren.

«Ik zal collega Anciaux daarover aanspreken, want dit kan niet», vindt Vlaams minister Patricia Ceysens. Carl Devlies, staatssecretaris in de federale regering, wijst erop dat in de eerste nota van Anciaux over subsidiëring stond dat ‘een stadion in Vlaams-Brabant of Brussel’ in aanmerking kwam. «Ik heb toen partijgenoot en minister-president Kris Peeters verzocht om te protesteren, waarna Anciaux in een nieuwe nota stelde dat in Vlaams-Brabant een stadion kan worden gesubsidieerd. Ik zal Peeters vragen nogmaals met Anciaux te praten.»

De Leuvense burgemeester Louis Tobback zegt «zich niet te laten opwinden door de fratsen van Anciaux». «De Vlaamse ministers Ceysens en Vandenbroucke (sp.a) zullen dat toch niet over zich laten gaan? Door zijn Brusselse obsessie zou Anciaux weer eens Vlaams-Brabant achteruitstellen ten voordele van Brussel. Er is een limiet aan de dwaasheid. Maar bon, het zou me verbazen dat in dit dossier nog voor de Vlaamse verkiezingen van 7 juni een beslissing valt. En dan zien we wel verder. Uit de studie van sporteconoom Trudo De Jonghe blijkt duidelijk dat in Leuven – als enige locatie in Vlaams-Brabant – een eersteklassevoetbalclub goed leefbaar is. Dus is een nieuw stadion daar op termijn gewenst.»

(HML)

© 2008 De Persgroep Publishing
Men kan tegenwoordig geen politiek interview meer beluisteren of lezen of daar heb je het fabeltje van de ’oneerlijke’ bijzondere financieringswet: ‘De Belgische staat zit structureel in geldnood want er vloeit te veel geld naar de deelstaten’. Afgelopen weekend was het weer van dattum, zowel Caroline Gennez in Knack als Marianne Thyssen op Kanaal Z verkondigden deze onzin. Gennez vond het aanpassen van de BFW zelfs de énige prioriteit inzake staatshervorming. Het arbeidsmarktbeleid kan plots nog even wachten voor de socialisten.  

Nochthans hebben Bart De Wever en Jan Jambon deze mythe ferm doorprikt. Het is niet de bijzondere financieringswet die de oorzaak is van alle kwaad, het is het onorthodoxe begrotingsbeleid van de opeenvolgende Belgische Verhofstadt-regeringen. Een heilloos pad dat Leterme nu lustig bewandelt, ondanks de snoeiharde CD&V-kritiek van de afgelopen jaren. ‘Als ik mijn broek afsteek, kan ik ze beter tot onder de enkels afsteken’, moet hij gedacht hebben. Ben ik blij dat ik er uiteindelijk toch niet op gestemd heb…

Elke Vlaming weet dat een begroting pas structureel gezond kan worden als er gewerkt wordt aan meer inkomsten (meer mensen aan het werk en/of iedereen langer aan de slag + een betere inning van de belastingen) en minder uitgaven (overbodige uitgaven schrappen + ontvetting van de staat = minder ambtenaren). Maar op geen van deze structurele hulplijnen valt een doorbraak te verwachten wegens, hoe kan het ook anders, communautaire onenigheid.

 Géén multifunctioneel sportstadion in Vlaams-Brabant

Vlaams-Brabant wederom dupe van Vlaams regeringsbeleid

 

 

Vlaams Minister van Sport, Bert Anciaux, heeft als een soort ‘Brusselse Sinterklaas’ de voorbije jaren heel wat geld uitgedeeld. Niet één sport-, cultuur- of jeugdvereniging uit Vlaanderen of ze passeerde de voorbije 5 jaar gretig langs Bert’s kassa.

Door de budgettaire orthodoxie van de opeenvolgende Vlaamse Regeringen is er, in tegenstelling tot het Belgische niveau, namelijk heel wat extra geld voorhanden.  Met het Vlaams Actieplan Sportinfrastructuur steekt de Vlaamse Regering haar ambitie dan ook niet onder stoelen of banken. Het prestigieuze sluitstuk van dit actieplan vormt de bouw van een aantal multifunctionele sportstadions in Vlaanderen. Met het oog op de striktere UEFA-normen, maar ook om onze kandidatuur voor het WK 2018 (samen met Nederland) kracht bij te zetten, maakt de Vlaamse Regering 50 miljoen euro vrij (hefboomfinanciering via de Participatie Maatschappij Vlaanderen) om in ‘elke Vlaamse provincie én in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest minstens één multifunctioneel sportstadion te bouwen’. Althans dat was de afspraak in het voorjaar van 2008. Want wat blijkt nu… Vlaams-Brabant valt uit de boot. Of beter, de Vlaams-Brabantse voetbalclubs mogen geen dossier indienen omdat ze niet in eerste klasse zitten. Enkel clubs uit de Profliga (= eerste klasse) mogen immers een dossier indienen. Dit antwoordde sportminister Anciaux op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Kris Van Dijck (N-VA) afgelopen donderdag in het Vlaams Parlement. De eerdere afspraken uit het voorjaar (toen de N-VA nog mee aan tafel zat) lijken hiermee in rook opgegaan.

 

Voor N-VA Vlaams-Brabant is deze beslissing onaanvaardbaar, enerzijds omdat ze ingaat tegen eerder gemaakte regeringsafspraken, anderzijds omdat het criterium (enkel eerste klasseclubs) niet correct is. Zo kan bvb FC Antwerp als tweedeklasser geen dossier indienen, maar omdat Beerschot het wel zal doen, zullen ze er mee van profiteren. De ambitieuze Leuvense fusieploeg OHL, kan echter niet van een ‘grote broer’ gebruik maken. Eens te meer zullen we ons tevreden moeten stellen met het nieuwe voetbalstadion te Brussel… Gebouwd met Vlaams belastingsgeld, bewoond door Franstalige voetbalclubs of, erger nog, door de anti-Vlaamse KBVB.

Burgemeester Tobback heeft overvloed van gelijk met zijn discours dat Vlaams-Brabant in het algemeen en Leuven in het bijzonder, telkens de duimen moet leggen voor de Brusselse stiefmoeder.

 

De N-VA roept de Vlaamse regeringspartijen, Open VLD, Sp.a-Vl.Pro en CD&V, en in het bijzonder ‘onze’ Brabantse ministers, Ceysens en Vandenbroucke, op om zich te houden aan de eerder gemaakte regeringsafspraken en dus ook Vlaams-Brabant te geven waar het recht op heeft, een nieuw multifunctioneel sportstadion die naam waardig.

 

 

Pacta sunt servanda.

 

 

Theo Francken

Voorzitter N-VA Vlaams-Brabant

 

–> Lees ook dit krantenartikel!

 

 

 

Eindelijk! Het heeft lang geduurd maar het is er dan toch van gekomen. Ik verlaat bloggen.be voor wordpress.com. Waarom? De laatste weken kreeg ik steeds meer reacties om de zaken toch wat te ‘professionaliseren’. Bloggen.be is een erg handige en gebruiksvriendelijke inloopblog voor beginners, maar heeft toch een aantal nadelen. Onder meer de wat amateuristisch ogende lay-out is een groot nadeel. Bij deze, van harte welkom op Theo tuurt ‘new style’!

Groetjes,

Turende Theo