België: Paralympisch kampioen staatsschuld

 België heeft in de laatste decennia, mede door de economische crisis van de 70’er en 80’er jaren en de nefaste wafelijzerpolitiek, een astronomische schuldenberg opgebouwd. Deze week sneuvelde een nieuw, intriest record. De symbolische grens van de 300 miljard euro, ofte 12 triljoen (sic) oude Belgische franken, staatsschuld werd voor het eerst overschreden. Eind september stond de teller van Vadertje Staat 295.355.327.115 euro in het rood. Door het overheidsingrijpen in FORTIS, DEXIA, ETHIAS en KBC tastte de federale overheid in oktober voor 20 miljard euro in de geldbuidel, via extra leningen welteverstaan. Niettegenstaande de Europese afspraak om deze ‘investeringen’ niet in de begroting te hoeven inschrijven (enkel de extra rentelasten), komt deze 20 miljard euro uiteraard wel op conto van ons nationaal schuldsaldo.

Hiermee blijft België, met 28.125 euro staatsschuld per inwoner, de Olympische kampioen Staatschuld, of beter, de Paralympische kampioen. Zelfs de Verenigde Staten – bekend om hun fenomenale staatsschuld – ‘scoren’ lager met 26.047 euro staatsschuld per inwoner.

Kortom, slecht nieuws, maar wat betekent dit concreet?

België nam met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht in 1992 (!) het engagement om haar staatsschuld onder de 60%-norm te doen dalen. Dit betekent dat de schuldlasten niet meer dan 60% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mogen bedragen. Het is een begrotingsafspraak tussen alle landen van de Europese Unie met de bedoeling de populaire ‘multiplier effect’-theorie van J.M. Keynes aan banden te leggen en zo een stabiele Europese economie (en later, munt) te garanderen. Solidariteit, samenwerking en respect voor elkaars economie lagen en liggen aan de basis van dit engagement. Het principe is eenvoudig: als één lidstaat in de fout gaat, betaalt iedereen de prijs. Toch verkreeg België in ’92 een uitzondering op de 60%-norm om toe te kunnen treden tot de eurozone. 16 jaar later zijn we met 85% nog steeds zowat de slechtste leerling van de klas. Enkel eeuwige ‘probleemkinderen’ Griekenland (94%) en Italië (104%) presteren slechter. Ter vergelijking: in Nederland zit men aan 35% van het BBP, nieuwe lidstaten Roemenië (13%) en Bulgarije (18%) doen het vijf tot zes keer beter dan ‘founding father’ België.

Toch gaat het traag maar zeker naar beneden. Of beter, het ging naar beneden. Alle parameters wijzen er immers op dat we in 2008, voor het eerst in meer dan 20 jaar, terug verder weg drijven van de 60%-doelstelling. De kredietcrisis en de stilvallende economie vormen de al te gemakkelijke schuldenbokken van dienst. Het politiek immobilisme binnen Leterme Un, de niet-aflatende vetzucht van het federale overheidsbestel, de algemene malaise bij Financiën en het grandioos falen van het Generatiepact, zijn echter de enige échte schuldigen. Dit is rampzalig, zeker als we weten dat de structurele problemen nog moeten komen. Zo kent de vergrijzing haar hoogtepunt pas in 2030…

Naast de vaststelling dat we met een torenhoge staatsschuld moeilijk van een stabiele, sterke economie kunnen spreken, wegen de rentelasten erg zwaar door op de federale begroting. Ze bedroegen vorig jaar ongeveer 4% van het BBP of bijna één derde (27%) van de te besteden federale middelen. Met andere woorden, als de staatsschuld fors stijgt, zoals dit jaar, is er nog minder geld voorhanden om beleid te voeren op de zaken ‘waar de mensen echt van wakker liggen’.

De situatie is onhoudbaar en onaanvaardbaar. Vlaanderen kan niet blijven opdraaien voor de Waalse tekorten. Zolang de staatsschuld een nationale materie blijft, zal de Franstalige ‘état major’ het nut van besparingen niet inzien en het geld over de balk blijven gooien, met of zonder wafelijzer in de hand. Een opsplitsing van de overheidsschuld en dus de responsabilisering van de deelstaten, is de enige optie. Logischerwijze moet deze operatie gepaard gaan met het versterken van de fiscale autonomie én moet de federale overheid zich schuldenvrij houden, omdat de investeringspolitiek dan toch op niveau van de deelstaten gebeurt.

Het bepalen van de verdeelsleutel wordt uiteraard een erg moeilijke, maar niet onoverkomelijke beslissing. De fundamentele keuze tussen enerzijds een communautarisering van de staatsschuld (d.i. een verdeling op basis van het aantal Vlamingen – Franstaligen, voor 2008 betekent dit 59,7% – 40,3%) en anderzijds een verdeling op basis van het principe van de ‘juste retour’ (d.i. een verdeling op basis van het aandeel van elk gewest in het BBP, voor 2008 betekent dit 58% Vlaanderen – 18,7% Brussel – 23,3% Wallonië) zal hoe dan ook gemaakt moeten worden. Persoonlijk pleit ik alvast voor het meest realistische scenario, zijnde een communautarisering van de Belgische staatsschuld. Voor Vlaanderen betekent dit concreet de schuldovername van ongeveer 180 miljard euro, equivalent van een schuldgraad van 85%. Een zure appel om doorheen te bijten, maar wie kan sturen, zeilt bij elke wind. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s