De ‘parallelle convergenties’ van Aldo Moro

 Het Wetstratese woord van 2010 wordt ongetwijfeld ‘convergenties’. Bart De Wever sloot zijn informatie-opdracht af met de vaststelling dat er ‘convergenties waren gevonden, maar nog niet genoeg’. Zijn opvolger Di Rupo spreekt nu ook al weken over ‘het verbreden en uitdiepen van convergenties’.

Frank, een goede vriend van me, stuurde me onderstaande tekst uit een encyclopedie door. De voormalige Italiaanse christendemocratische premier Aldo Moro was de uitvinder van de term ‘parallelle convergenties’. De historische gelijkenissen met de huidige Belgische politieke situatie en met de politieke tandem De Wever – Di Rupo zijn werkelijk om stil van te worden. 

 Moro bracht als eerste christendemocratisch politicus van de DC de communisten van de PCI aan de regeringstafel. Het was de tijd van president John F. Kennedy en Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en de vreedzame coexistentie, en de beide machtsblokken leken naar elkaar toe te groeien. In Italie, en Vaticaanstad, waar paus Johannes XXIII met zijn Tweede Vaticaanse Concilie en de encycliek Pacem in Terris eveneens een nieuwe wind van ontspanning en dialoog liet waaien, nam Moro de rol van politieke bruggenbouwer op zich. Hij greep de donkerrode verkiezingsoverwinning van 1975 aan om de reeds decennia lang aanhoudende patstelling met betrekking tot de fundamentele economische en sociale hervormingen te doorbreken. Moro introduceerde het begrip ‘parallelle convergenties’ -een onnavolgbare en typische Moro-uitdrukking die zowel het naar elkaar toegroeien van DC en PCI als het gescheiden optrekken van beide partijen impliceerde (die laatste uitleg was bedoeld om zijn conservatieve partijvrienden gerust te stellen).

Dit begrip vormde uiteindelijk het complement van het ‘historisch compromis’ van PCI-secretaris Berlinguer.

Moro speelde echter met vuur. Door zo ver te gaan in zijn ‘collaboratie’ met de communisten, kreeg hij de States tegen zich. Gezien het geopolitieke belang van Italië, mocht politiek Italië in geen geval de spelbreker zijn in de ‘Logica van Jalta’ (de verdeling van Europa in twee machtsblokken en de zorg dat een opkomst van linkse partijen in het Westen die verdeling kon ondermijnen – dicteerde een antisocialistische en anticommunistische opstelling).

 Het liep dan ook niet goed af met de arme Aldo Moro. Hij werd in ’78 vermoord door de Rode Brigades, na een ontvoering van 55 dagen. Vreemd dat juist de linksen deze bruggenbouwer vermoordden zult u denken, wel inderdaad, er bestaan dan ook allerlei samenzweringstheorieën over zijn dood, onder meer van de vermoorde journalist Mino Pecorelli. Een van die theorieën brengt de moord in verband met de plannen van de zogenaamde Committee of 300 en de betrokkenheid van een van de leden, Henry Kissinger. De weduwe van Moro, Eleanora Moro legde in 1982 een verklaring af in de rechtbank. Ze verklaarde dat tijdens een bezoek van Moro aan de Verenigde Staten Henry Kissinger, de toenmalige adviseur van Nixon, Moro in het hotel opzocht en hem bedreigde: “Je stopt met deze politiek of je zult er flink voor boeten”.

Ik weet niet of Bart De Wever het woord ‘convergenties’ in het kader van zijn informatieopdracht per ongeluk heeft gebruikt. Het zou me echter niet verbazen dat hij, briljant historicus als hij is, de zwaarbeladen politieke geschiedenis/betekenis ervan kent en zo een vette knipoog aan de geschiedenis en aan zijn Italo-Belgische ‘compagnon de route’ Elio Di Rupo geeft… Los van het toch wel extreem tragische einde zijn de parallellen tussen beide situaties immers enorm.

Aldo Moro (1916-1978) was een van de spilfiguren van de Italiaanse naoorlogse politiek. Hij was afkomstig uit het zuidelijke Puglia, was rechten in Bari gaan studeren en gaf Ies in strafrecht aan de universiteit aldaar. Moro was een vroom katholiek en bevlogen wetenschapper. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde hij een grote belangstelling voor constitutionele en politieke aangelegenheden. Mora klom snel op binnen de DC en werd het boegbeeld van de links-liberale vleugel. Al in 1963 werd hij minister-president, een functie die hij later nog drie keer zou bekleden. Tussendoor was hij nog minister van Buitenlandse Zaken, van Onderwijs en van Binnenlandse Zaken. Tijdens Moro’s eerste regeerperiode nam hij het besluit om de PSI in het kabinet op te nemen. Het was de tijd van president John F. Kennedy en Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov en de vreedzame coexistentie, en de beide machtsblokken leken naar elkaar toe te groeien. In Italie, en Vaticaanstad, waar paus Johannes XXIII mer zijn Tweede Vaticaanse Concilie en de encycliek Pacem in Terris eveneens een nieuwe wind van ontspanning en dialoog liet waaien, nam Moro de rol van politieke bruggenbouwer op zich. In 1975 won de PCI de gemeenteraadsverkiezingen en leverde in Toscane en de Emilia-Romagna burgemeesters aan verschilIende grote steden. Ook de parlementsverkiezingen brachten een grote winst voor de communisten. De DC behaalde met 38 procent het grootste aantal stemmen, maar de PCI volgde op de voet, met 34 procent. Moro had dit zien aankomen en beschouwde deze linkse opmars als een unieke kans. Op die manier zou volgens hem de reeds decennia lang aanhoudende patstelling met betrekking rot fundamentele economische en sociale hervormingen doorbroken kunnen worden. Moro introduceerde het begrip ‘parallelle convergenties’ -een onnavolgbare en typische Moro-uitdrukking die zowel het naar elk;ar toegroeien van DC en PCI als het gescheiden optrekken van beide partijen impliceerde (die laatste uideg was bedoeld om zijn conservatieve partijvrienden gerust te stellen). Dit begrip vormde het complement van het ‘historisch compromis’ van PCI-secretaris Berlinguer.
Moro’s ouverture betekende een radicale breuk met het beleid van de DC, De regeringsvorming met de PSI was al een reuzensprong geweest ten opzichte van de uitgangssituatie na de oorlog waarin de DC, als anticommunistische steunpilaar van het vrije Westen en met financiele steun van de Verenigde Staten, een conservatieve pro-Europese en pro-NAVO-koers had gevaren. De ‘Iogica van Jalta’ -de verdeling van Europa in twee machtsblokken en de zorg dat een opkomst van linkse partijen in het Westen die verdeling kon ondermijnen -dicteerde een antisocialistische en anticommunistische opstelling. De opmars van de PCI bracht dit evenwicht in de war en zou ertoe kunnen leiden dat Italie uit het westelijke blok zou gIijden en een ‘derde weg’ zou gaan volgen. Gezien de toegenomen geopolitieke betekenis van Italie, nadat president Charles de Gaulles Frankrijk in 1967 uit de NAVO was gestapt en Dom Mimoff de havens van Malta voor de geallieerde mogendheden had gesloten, was dit een echte ramp. Henry Kissinger, tot 1977 minister van Buiteniandse Zaken van de VS, beschouwde Moro zelfs als ‘Trojaans paard’ van de communisten.
Advertenties

Een gedachte over “De ‘parallelle convergenties’ van Aldo Moro

  1. Interessante benadering van de term “parallelle convergenties”, Theo.
    Ik hoop dat dit geen voorbode is van slecht nieuws voor Bart (en N-VA) ! !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s