Oorlog in Libië zet links in de hoek

Zandbak

De commissie Landsverdediging van de Kamer is de traditionele zandbak van de linkse bobo’s Dirk Van Der Maelen (Sp.a) en Wouter Devriendt (Groen!). Er wordt getackeld dat het een lieve lust is, soms op de bal, maar veel vaker op de man. Hoe harder, hoe liever, want de media kan er blijkbaar niet genoeg van krijgen. Of Pieter De Crem hiermee oogst wat hij ten tijde van zijn persoonlijke vendetta tegenover Flahaut heeft gezaaid, laat ik in het midden, maar feit blijft dat het de enige parlementscommissie is waar het er zo ongemeen hard aan toe gaat.

Vuur

Gelet op deze context, waarbij alle media-aandacht gaat naar de antistemmen, blijf ik het dan ook uiterst verwonderlijk vinden dat beide heren namens hun respectievelijke partij de regering de opdracht gaven de oorlog in Libië op te starten. ‘Waar rook is, is vuur’, zo blijkt opnieuw want hun aanvankelijke steun smelt de laatste dagen als sneeuw voor de zon. Heel kritisch, weinig constructief, zeg maar.

Afghanistan

Het bedenkelijkste pleidooi kwam tot dusver van sp.a-kamerlid Dirk Van Der Maelen, die de interventie in Libië aanhaalde als reden om ons engagement in Afghanistan te verminderen… Maar het is niet omdat de camera’s nu op Libië gericht zijn, dat een Afghaanse burger minder waard is. Amper twee weken helpt België de internationale gemeenschap verhinderen dat in Libië nog meer onschuldige burgers slachtoffer worden, en hup, Afghanistan wordt naar de achtergrond verschoven. We moeten leren uit de fouten van het verleden. Er is nu in Afghanistan een positieve, maar precaire evolutie bezig: een vooruitgang die snel omkeerbaar is. Tot tweemaal toe heeft de internationale gemeenschap de Afghaanse burgers aan hun lot overgelaten.

De eerste keer was in 1989. Na de Afghaanse opstandelingen jarenlang te hebben gesteund in hun strijd tegen de Sovjets, verdween het land na hun terugtrekking van de Westerse politieke agenda. Er volgde een lange, bloedige burgeroorlog, waarbij meer burgerslachtoffers vielen dan tijdens de laatste jaren van de oorlog met de Sovjets.

De tweede keer was in 2003, toen het Westen druk bezig was met de inval in Irak. Het aantal soldaten in Afghanistan werd niet verminderd, maar er werden veel minder middelen uitgetrokken om het positieve momentum, dat op dat ogenblik in het land heerste, te consolideren. De opstandelingen (en in de eerste plaats de Taliban) kregen meer ademruimte, met een verdere radicalisering van de bevolking en een opflakkering van het geweld tot gevolg.

Civiel-militair

Een derde keer mogen we Afghanistan niet in de kou laten staan; het zou ons zuur opbreken. Een blijvend engagement, zowel op civiel als militair vlak, is nodig om de toekomst van het land te vrijwaren. In 2010 vielen er volgens cijfers van het UNAMA (United Nations Assistance Mission in Afghanistan) nog 2.777 doden en 4.343 gewonden onder de burgers: voor drievierde het werk van de Taliban. Maar er is ook nog veel werk aan de heropbouw. De burgerinfrastructuur moet de komende jaren de focus zijn. Dat kan alleen als het veiligheidsklimaat het toelaat. Onze militairen en onze F-16s zijn broodnodig om het Afghaanse regime te ondersteunen tot 2014. Tegen dan zouden de Afghanen op eigen benen moeten kunnen staan. We zitten dus in de laatste rechte lijn, met ongetwijfeld nog een grote inspanning voor de boeg op civiel vlak. Maar als we nu aan bochtenwerk gaan doen, zal dit einddoel veel verder weg glijden en zal de ondersteuning van het huidige regime ons nog meer bloed, zweet en tranen kosten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s