11 juli toespraak

Beste Vlaamse vrienden, beste Nieuw-Vlaams Geallieerden,

Vandaag, en morgen op 11 juli, vieren we feest. Morgen is het exact 709 jaar geleden dat Vlaamse poorters beslisten dat de maat vol was. Ze aanvaardden niet langer dat Filips de Schone hun vrijheid inperkte en hen alsmaar meer ging belasten. Daarom eisten ze het recht om eigen belastingen te heffen. Meer fiscale autonomie heet dat vandaag.

De Franse kroon wees deze eis echter af. In het rijke Vlaanderen viel nu eenmaal veel te rapen. De Vlaamse poorters reageerden met de Brugse metten, een lynchpartij waarbij iedereen die de leuze ‘Schild en vriend’ niet accentloos kon uitspreken een kopje kleiner werd gemaakt. Niet meteen de meest verfijnde strategie, maar zo ging het er nu eenmaal aan toe in de Middeleeuwen.

Het spreekt voor zich dat een Franse reactie niet kon uitblijven. Binnen de twee maanden streek een geweldig ruiterleger neer in Vlaanderen. De poorters beseften dat het nu of nooit was, en kozen voor de volledige mobilisatie. De Vlaamse edelen steunden hen daarbij nauwelijks, waardoor het leger niet veel meer was dan een volkse meute, bewapend met rieken, dorsvlegels en goedendags. Dit zootje ongeregeld stootte op het Franse ruiterleger op de Groeningenkouter bij Kortrijk. De rest van het verhaal kennen we allemaal. Tegen alle verwachtingen versloeg het Vlaamse leger de Franse ridders. De drassige ondergrond en de goedendag bleken uiterst efficiënt tegen de ruiterij. Victorie! De Franse koning moest inbinden. Voor even dan toch, want wat wij graag vergeten is dat hij binnen het jaar terugkwam met een nieuw leger en de Vlamingen een pandoering van jewelste gaf.

Maar – niet onbelangrijk – hij had een les geleerd:  de handelsprivileges werden hersteld, en de steden mochten eigen tienden heffen!

De eeuwen erna zien we deze geschiedenis zich verschillende keren herhalen. Na de Franse periode werd Vlaanderen achtereenvolgens overheerst door de Bourgondiërs, de Oostenrijkers, de Spanjaarden, weer de Oostenrijkers, wéér de Fransen, de Nederlanders (??) en tenslotte – tot op vandaag – door Fransen in een Belgisch jasje. Doorgaans had de Vlaming daar weinig problemen mee. Wij zijn een gezapig volkje. Wist je dat het woord Vlamingen komt van Flymannen, vluchtelingen? Zolang men ons rechtvaardig behandelt en van onze zuurverdiende centen blijft, roeren wij ons niet. Wij zijn geen heldhaftig volk. Slechts enkele keren kwamen de Vlamingen in opstand en telkens ging het over ‘centen’ zoals in de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spaanse belastingen of in 1789, tijdens de Brabantse Omwenteling, toen de Vlamingen zich verzetten tegen de Oostenrijkse belastingen van Jozef II. En tien jaar later tijdens de Boerenkrijg. Vlaamse en Brabantse boeren kwamen in opstand tegen de Franse overheersing. De aanleiding was weer dezelfde: confiscaties, nieuwe heffingen en oorlogsleningen. Pas toen Napoleon Bonaparte de belastingen drie jaar later weer introk en de plaatselijke privileges teruggaf, keerde de rust weer. Na de Slag bij Waterloo kwam het Nederlands bewind. Amper 15 jaar later brak in Brussel, Mechelen en Gent een volkse revolte los naar aanleiding  nieuwe belastingen op vlees en brood. Weer tegen de wil van de plaatselijke bevolking. Het resultaat kennen we allemaal: de opstand werd gerecupereerd door de Franstalige burgerij en Franse agenten. De Belgische Revolutie was geboren. Toen de Nederlandse koning in 1831 België weer binnenviel, kon hij slechts worden verjaagd door een Frans expeditieleger. Het zal u misschien verbazen, maar tot 1834 wapperde op het koninklijk paleis in Brussel de Franse driekleur, en niet de Belgische.

Van meet af aan was het duidelijk dat de nieuwe burgerstaat een Franstalige aangelegenheid zou worden. Alle belangrijke spelers waren Franstalig. Enkelen onder hen, zoals Charles Rogier, waren zelfs afkomstig uit Frankrijk. Zij deelden allen de visie die 80 jaar later door kardinaal Mercier werd verwoord als:

‘La Belgique sera Latine, ou elle ne sera pas’ Deze Franstalige arrogantie werd zo een tweede belangrijk motief voor opstandige gevoelens bij de Vlaming.

Al kort na 1830 ontstonden de eerste Vlaams-culturele initiatieven, de embryo van de latere Vlaamse Beweging. Om deze geluiden te bedaren kwam er in 1873 de eerste taalwet. Door aanhoudende druk volgden nog enkele taalwetten voor het einde van de eeuw, en in 1898 kwam het pronkstuk: De Gelijkheidswet. Vanaf dan stond het Nederlands zogezegd op gelijke voet met het Frans. Op z’n Belgisch dan, want Wallonië werd ééntalig en Vlaanderen… juist, tweetalig.

Een volgende opflakkering kwam er tijdens de Eerste Wereldoorlog. Aan het IJzerfront ontstond een beweging die zich verzette tegen taalkundige mistoestanden in het leger. Het was deze Frontbeweging die voor het eerst ‘zelfbestuur’ eiste. De Vlaamse soldaten beseften als geen ander dat ze van Belgische kant noch begrip noch gelijke rechten moesten verwachten, en begrepen dat Vlaanderen voortaan beter zichzelf zou besturen. Tegelijkertijd was er in het bezette gebied echter ook het Activisme, een beweging die haar Vlaamsgezinde wensen nastreefde door samen te werken met de Duitse bezetter. Helaas gebruikte de Belgische overheid deze collaboratie als excuus om na de wapenstilstand alle Vlaamse eisen te negeren. De Duitsers bleven echter niet al te lang weg, en tijdens de tweede bezetting werd eveneens door een deel van de Vlaams-Nationalisten gecollaboreerd. Jammer genoeg wordt dit stukje Vlaamse geschiedenis door onze Franstalige tegenstanders om de haverklap opgerakeld om de Vlaamse eisen te fnuiken. De strategie is sinds 1919 dezelfde gebleven. Nog niet zo lang geleden noemde Olivier Maingain onze voorzitter nog een negationist. Dat aan Franstalige kant ook duchtig werd gecollaboreerd,  bijvoorbeeld door zijn favoriete krant Le Soir, vergeet hij er gemakkelijkheidshalve bij te vertellen.

 Beste vrienden,

U ziet het, onze geschiedenis kent niet veel echte opstanden, en nog minder succesvolle. Waarschijnlijk vieren we daarom tot op vandaag een overwinning die onze voorouders meer dan 700 jaar geleden behaalden.

Maar de geschiedenis leert ons ook dat wij Vlamingen wel degelijk revolteren op twee voorwaarden:

  • Als we worden bestolen door onrechtmatige belastingen
  • Als we geen respect krijgen voor onze gebruiken, cultuur, en taal.

Wanneer u die bedenking in het achterhoofd houdt, en kijkt naar de politieke impasse van de voorbije 4 jaren, zou u één en ander duidelijk moeten worden.

De huidige regeringscrisis is geen toeval. Ook vandaag wordt aan deze voorwaarden voldaan:

In volle economische crisis gaan we gebukt onder een belastingsregime dat jaarlijks € 11 miljard aan transfers naar Wallonië genereert. Deze Belgische diefstal zorgt ervoor dat we een systeem kennen met een Noord-Europese belastingdruk, en een Zuid-Europese overheidsservice en uitkeringen. 

 Telkens wanneer Vlaanderen om meer fiscale autonomie vraagt, gaan de Franstaligen vol op de rem staan. Bart De Wever verwoordde het twee weken geleden in een Trends-interview glashelder: ”Waarom zouden de Franstaligen afstappen van een systeem waarmee ze hun kiezers geld kunnen geven dat afkomstig is van mensen die niet op hen kunnen stemmen.” Vlaanderen wordt hier effectief bestolen.

Maar niet alleen onze portefeuille is in gevaar. Ook onze eigenheid, cultuur en taal staan op de helling. In Brussel en de Rand voeren Franstalige partijen een perverse verfransing door. Vergis u niet, het gaat hier niet louter om een taalprobleempje, maar om een vuile vorm van sociale en culturele verdrukking! Al jaren moeten Vlamingen in Brussel en de Rand tevergeefs bedelen om respect. Zonder resultaat! Wanneer Vlaams minister Bourgeois dan een aantal burgemeesters, die de taalwet blijven overtreden niet wil benoemen, schreeuwen ze moord en brand. Respect voor de democratie!, eisen ze dan.

Daarom weigerden we de nota Di Rupo. Daarom houdt de N-VA nu al een jaar het been stijf. Gelukkig hebben we ondertussen onze goedendag in de kast gezet, en snijden we onze tegenstanders niet meer de keel over. Maar dat wil niet zeggen dat we over ons heen laten lopen. Vandaag is de maat weer vol! De stilstand duurt al veel te lang! Vlaanderen moet vooruit! Daarom zegt de N-VA neen tegen de Franstalige dictaten. Als er Belgische regering komt met de N-VA, zal die er komen op onze voorwaarden! Niet op die van Maingain of Di Rupo.

Maar onze voorwaarden blijken ‘imbuvable’ voor onze Latijnse landgenoten. En zo begint het er meer en meer op te lijken dat Kardinaal Mercier profetische woorden sprak. Hoe meer de Latijnse greep op het politieke spel verzwakt, hoe onzekerder de toekomst van België wordt. Een eenvoudig Vlaams neen aan de Franstalige dictaten volstaat om België in een politieke crisis zonder voorgaande te storten.  Veel duidelijker kan het bijna niet. 

 Beste vrienden,

Het ziet er meer en meer naar uit dat de revolutie onze kant op komt. Ze wordt ons opgedrongen door onze tegenstanders, simpelweg omdat we niet akkoord gaan met hun eisen. Het voorbije jaar leidde de eenvoudige weigering van de Franstalige dictaten tot niets minder dan een ware politieke omwenteling. We zitten ondertussen maar liefst 392 dagen zonder legitieme regering. Dat is op zich al behoorlijk revolutionair! Wat de toekomst ons zal brengen, weet ik niet. Maar ik sluit deze strijdrede af met één garantie: Wij zullen niet plooien!

Advertenties

4 gedachtes over “11 juli toespraak

  1. Dé reden dat Bxl vasthoudt aan die 19 baronieën is dat er op gemeentelijk vlak geen grondwettelijk bescherming voor de Vlaamse minderheid is. En Vlaanderen zou voor die kost nog moeten opdraaien ook door 600mio extra te geven.
    Waarom komt dat nooit naar voren in de argumenten?

  2. De raison d’être van de N-VA is de creatie van een Vlaamse natiestaat. Daarom is het belangrijk om aan te tonen dat Vlamingen een volk vormen. Hendrik Conscience begreep dit en greep een historisch evenement aan om, geheel in de geest van de romantiek, een verhaal te creëren van Vlaamse opstandelingen tegen Franse overheersers, de guldensporenslag. Hij legde hiermee de kiem van wat men een Vlaamse identiteit zou kunnen noemen. De historische waarheid is echter dat deze strijd er één was van een opkomende klasse van handelaars tegen de hoge belastingen van de adel. De eerste symptomen van de dood van de feodaliteit.
    De retoriek van extremistische Vlamingen is geheel te danken aan Hendrik Conscience. Zo blijven ze anno 2011 het nog steeds hebben over goedendags, niet plooien, schild en vriend of de klauwende leeuw. Een tikje pathetisch alles welbeschouwd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s