Nonkel Edgard

 

Bolivië is een land dat bij ons weinig gekend is. ‘Lama’s en panfluiten’ zijn waarschijnlijk de meest voorkomende associaties. In de familie Francken denkt iedereen onmiddellijk aan Nonkel Edgard, arts en broeder Oblaat in Oruro en vooral een crème van een mens. Ondanks de bakken kritiek – soms zeker terecht – op de katholieke kerk, gebeuren er in de wereld toch ook nog altijd heel veel prachtige projecten door en voor gelovigen. Ik geef met de nodige fierheid mijn nonk Edgard’s interview in Tertio mee:

‘Gaan waar niemand wil gaan’

 Jan Glorieux

 Bedankt dat u met ons al zoveel jaren op weg gaat.” Met die woorden neemt een oude Boliviaan afscheid van broeder Edgard Francken, intussen 35 jaar dokter en oblaat in Oruro, Bolivië. Een 25 oblaten, bij wie Aymara’s en Quechua’s, werken en leven er met de mensen in de ‘hardere’ en in de ‘zachtere’ sector.

Jan Glorieux | “

Christen-zijn is leven met mensen in verbondenheid, zich laten inspireren door Jezus en de Bijbel, en door het voorbeeld van andere gedreven vrienden en groepen. En voor oblaten geldt: ‘Gaan waar niemand wil gaan.’ Voorheen woonde ik een twintig jaar in de ‘campo’, onder andere in Carangas, een gebied zo groot als België, met landbouwers en schaapherders die heel verspreid wonen in kleine gemeenschappen. We woonden tussen de mensen in een simpel huisje. Landbouwkundige Mark Van Rijckeghem, meubelmaker Hugo Vandenbranden en ikzelf dokter. Met hen trok ik van dorp naar dorp, met de auto, te voet of met de fiets in de regentijd. We vaccineerden vele kinderen en verzorgden de zieken, deden aan vorming rond gezondheidzorg, groenteteelt en dierenziekten, en aan verbetering van woningen – met deuren, vensters, stoelen en tafels. Een vaak eenzaam leven, maar wel de mooiste jaren van mijn leven.

Zelfbedruipend

Nu woon ik in de stad Oruro en ben nog steeds bezig met geneeskunde. Met dertien andere Bolivianen runnen we samen een diocesaan medisch centrum. Zelfbedruipend, want we willen niet van buitenlandse fondsen afhankelijk zijn. De zieken dragen jaarlijks een zes euro bij en mogen in ruil twaalf maand gratis op consultatie komen. Daarnaast gebruiken we uitsluitend generische goedkope geneesmiddelen en levert onze chirurg uitstekende diensten in de vorm van pakketten ‘alles inbegrepen’. Wanneer nodig, draagt de hele familie bij om de kosten van de zorg te dekken. Ik ben ook betrokken bij een zelfhulpgroep van mensen met een handicap, Fraternidad Cristiana. Ook zij trachten in hun werkingskosten te voorzien, met eigen activiteiten als het ‘blindenbloempje’. Onze kankerliga maakt mensen bewust om zich tijdig te laten verzorgen bij kankerproblemen daar we ze in Oruro zelf maar minimaal kunnen behandelen.

Snel veranderend land

Vroeger behandelden we veel infectieziekten zoals tuberculose, maar vandaag zien we ‘beschavingsziekten’ opduiken zoals diabetes. Het gevolg van veranderde voeding en een levensstijl met minder beweging, mede omdat steeds meer mensen de ‘campo’ verlaten. Ook aids steekt steeds meer de kop op. Samen werken we in een arm, maar snel veranderend land dat voor zijn economie en leven op mijnontginning en grondstoffen is aangewezen. Het vaakst komen we in contact met Aymara’s en Quechua’s: mensen met een eigen taal, eigen cultuur, die jarenlang hebben moeten vechten voor politieke macht en culturele erkenning – een sluimerende reus die in de voorbije decennia stilaan is ontwaakt.

President Evo Morales, Aymara uit Oruro en leider van de cocaboeren, is aan de macht. Onder zijn leiding organiseerden de boeren zich toen de Verenigde Staten ooit de cocateelt probeerden uit te roeien, samen met de blanke regering. Daaruit groeide de politieke beweging Movimiento al Socialismo (MAS) die nu het land regeert, de grondwet herschreef en de inheemsen na eeuwen uiteindelijk zeggingschap gaf. Daardoor zijn er diverse inheemsen in het parlement en de ministeries vertegenwoordigd. De coca blijft voor hen een levenssymbool: de bladeren kauwen ze als stimulerend middel bij zwaar werk, zoals in de mijnen, en coca speelt ook een centrale rol bij hun rituelen. Ook ons gaat het om de zorg voor mensen. Ons christen-zijn uit zich in warme kwaliteitsgeneeskunde die vooral oog heeft voor de armsten, zieken zonder sociale zekerheid. We bieden effectieve hulp vanuit een vertrouwde nabijheid. En we worden om onze aanwezigheid gewaardeerd. Dat en bijvoorbeeld onze drie radio’s zijn voor mij persoonlijk belangrijker dan het strikt kerkelijke werk.

Bolivië kent een sterke ‘religiosadad popular’, een volkse religiositeit die in al haar eenvoud en directheid het dagelijkse leven doordringt. In hun kerkpraktijk voelen de Bolivianen zich niet gebonden aan plichten, maar hun hele religieuze ingesteldheid is doordesemd met de confrontatie met noodlot, ziekte, dood. Ervaringen uit het Oude Testament kunnen ze zo op hun leven leggen: het belang van dromen, windhozen, de natuur. Daarin speelt de Aymara-levensvisie sterk mee. Als dokter zijn we ook vandaag nog vaak een soort sjamaan. Geneeskunde is meer dan technisch handelen. Zonder een spontaan gebedje voor een inspuiting en een aanraking lijkt een consultatie onvolledig. Voor de patiënten zijn onze handen vaak als die van God: ‘Tus manos son como las manos de Dios.’

Heiligen

Vooral onze oudere Canadese medebroeders en priesters probeerden mensen te vormen tot catechisten met verantwoordelijkheden voor liturgie en sacramenten. Zo ontstonden veel basisgemeenschappen, maar onze huidige Poolse bisschop laat er weinig ruimte voor. Bovendien doet vooral bij de studenten de secularisatie haar intrede, terwijl religieuze sekten al enkele decennia aan invloed winnen, mede door hun nabije pastoraal. In die context leven we als oblaten in kleine gemeenschappen, met jongeren en ouderen uit diverse landen. We hebben diverse achtergronden en uiteenlopende engagementen: bij sociale conflictsituaties in de mijnpastoraal, en in de zorg- en verzorgingssector. Die verscheidenheid vormt een zo grote rijkdom en verwijst naar een diepere waarde. Ik ontmoette geregeld zeer inspirerende mannen, gerijpt door leven en engagement, met een uitstraling van heiligen.

Zoals Canadees Amado Aubin die veertig jaar lang van dorp tot dorp trok en zich tot de laatste dagen van zijn leven wijdde aan de gevangenispastoraal. Een rots van rust en vertrouwen die ons, jonge mannen met kritische geesten, ertoe aanzette onszelf te bevragen; die zoals een Mozes zijn schoenen uitdeed om dat nieuwe land te betreden – want dit land is ‘heilig’. Zulke mensen, maar ook onze jaarlijkse bijeenkomsten, ons samen leven en delen, ons zoeken naar diepere waarden, hebben mijn roeping versterkt. Ik ben er een gelukkig en rijk mens door geworden.”

‘Missie is geven en terugkrijgen’

Edgard Francken (62) wou aanvankelijk missionaris worden, maar werd ook geboeid door de geneeskunde die hij in zijn familie had leren kennen met een vader-dokter. “Een kortstondige boeiende medische ervaring in Algerije, bij de zeer gastvrije Witte Paters in El Bayad en Oran deed me besluiten om als oblaat-dokter naar Latijns-Amerika te vertrekken.” Aanvankelijk leek dit werk in dit zeer dunbevolkte, eenzame gebied niet vol te houden, maar stilaan werd hij overtuigd van de zinvolheid van zijn inzet. “Iemand vroeg me ooit bij een bezoek: ‘Waarom verspil je daar je tijd?’ Het antwoord was eenvoudig: ‘Samen met je confraters krijg je zoveel van deze eenvoudige mensen terug.’ Wat ik aanvankelijk slechts twee jaar dacht te kunnen volhouden, werden er intussen vijfendertig.” (JG)

© 2012 Tertio

Artikelinformatie

Datum publicatie: 29 februari 2012
Bron:
Editie:
Pagina: 16
Aantal woorden: 1090
Auteur:
Tags:

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s