Investeringsplan 2013-2025 NMBS: Vlaams-Brabant mist de trein

Analyse investeringsplan NMBS-groep 2013-2025
Vlaams-Brabant mist de trein

1.1. Algemeen
In totaal zal de NMBS-groep tot 2025 voor bijna 26 miljard euro investeren. Een groot deel van dit bedrag is niet toewijsbaar aan een specifieke spoorlijn, station of regio (bvb. de investeringen in rollend materieel). Andere investeringen die wel toewijsbaar zijn worden in het plan dikwijls in algemene posten opgenomen (bvb. de investeringen in ETCS, informatica of het wagenpark) of in een post voor elk van de vijf regio’s van de NMBS (bvb. de concentratie van seinhuizen, het afschaffen van overwegen, vernieuwings- en verbeteringswerken aan de spoorinfrastructuur).

Blijft er nog zo’n 5,4 miljard euro over die op basis van de gegevens in het investeringsplan wel lokaal kan toegewezen worden. Het gaat hier vooral om investeringen in het GEN, capaciteitsuitbreiding van het klassiek net, investeringen in stations en parkings en in mindere mate ook om investeringen in de werkplaatsen, kantoren en dienstgebouwen.

Van die 5,4 miljard euro is zo’n 460.000 euro (8,6%) bestemd voor investeringen op het grondgebied van Vlaams-Brabant.

Enkele cijfers ter vergelijking: Vlaams-Brabant heeft 9,9% van de inwoners (2012), 10,4% van de opstappers (2009), 13,8% van de treinkaarthouders (2007) en 13,1% van de stations en stopplaatsen. Daarbij komt dat 19 van de 25 meest congestiegevoelige punten van het Vlaams Gewest in Vlaams-Brabant liggen. Vlaams-Brabant heeft van alle provincies net het meeste nood aan investeringen in openbaar vervoer, gelet op het enorme fileleed. Het is dan ook bijzonder betreurenswaardig dat hiermee geen rekening wordt gehouden. Meer nog, de investeringen in het Gewestelijk Expresnet (GEN) – al 13 jaar beloofd als dé sleuteloplossing – zijn onevenwichtig verdeeld. Ook het plan om het GEN tegen 2020 uit te breiden naar Tienen en Aarschot is budgettair nergens terug te vinden in dit meerjarenplan. Meer nog, het wordt ‘technisch onhaalbaar’ genoemd voor 2025. Dat er de komende 12 jaar nagenoeg geen investeringen zijn in capaciteitsuitbreiding van het klassieke spoornet in onze provincie is ronduit stuitend. De noden zijn nochtans hoog zoals blijkt uit het prioriteitenlijstje in de nota Vlaamse spoorstrategie van de Vlaamse regering. Volgende geheel of gedeeltelijk Vlaams-Brabantse projecten worden daar als prioriteit vermeld: de aanleg van een ongelijkgrondse kruising van de lijnen 96 en 26 bij het binnenrijden van het station van Halle ter hoogte van Buizingen, een nieuw station op lijn 94 in Halle-Zuid ter hoogte van Dassenveld, een nieuwe spoorverbinding Aarschot-Herentals met treindienst Leuven-Aarschot-Herentals-Turnhout, de aanleg van de bocht van Aarschot, de aanleg van een 2de spoor Landen-Hasselt, de realisatie van Leopoldsburg-Diest…

Vlaams-Brabant komt er met andere woorden bekaaid vanaf. Nochtans worden al vele jaren zowel in de provincieraad als in het Vlaams Parlement de grote woorden niet geschuwd. Zo wordt in de goedgekeurde resolutie van de Vlaams-Brabantse parlementsleden Karin Brouwers, Tine Eerlingen, Tom Dehaene, Else De Wachter, Willy Segers en Eric Van Rompuy betreffende de aanpak van het mobiliteitsprobleem in de regio van Vlaams-Brabant en Brussel expliciet gevraagd om:
– ‘aan te dringen op een uitbreiding van het Gewestelijk Expresnet met aandacht voor nieuwe meerjarige investeringsprojecten en daarbij overleg te plegen met de vertegenwoordigers van NMBS-Groep en de overige regionale vervoersmaat¬schappijen met het oog op een maximale integratie van de dienstregelingen en tarieven;
– een budget voor infrastructuurwerken in Vlaams-Brabant uit te trekken dat in de juiste verhouding staat tot het aandeel van de provincie Vlaams-Brabant in de Vlaamse mobiliteitsbehoeften.’

Kortom, het meerjarenplan 2013-2025 van de NMBS is een gemiste kans voor Vlaams-Brabant. Vlaams-Brabant verdient beter.

Gelukkig is het nog niet helemaal te laat, het document moet nog overlegd worden met de gewesten. Daarna zal de federale regering het definitieve plan goedkeuren. Naar verwachting zal dat ergens in het najaar zijn. Waarschijnlijk wordt het voorstel van de NMBS-groep dan gewoon zo goed als volledig overgenomen, eventueel met een kleine aanpassing hier of daar. Daarnaast wordt er ook een samenwerkingsakkoord onderhandeld met de gewesten. Dat moet wel gestemd worden in de verschillende parlementen. Dit gaat echter eerder over co- en prefinancieringsmechanismen en dergelijke, en niet over de investeringen zelf.

Eens het investeringsplan vastligt zijn aanpassingen nog steeds mogelijk. Het plan wordt meestal om de paar jaar geactualiseerd. Het verleden leert ons wel dat het dan in 99% van de gevallen gaat om het schrappen en uitstellen van voorziene investeringen en slechts zelden om het toevoegen van bijkomende investeringen.

1.2. Het GEN
In totaal is 1,321 miljard euro voorzien voor het GEN. Het gaat voornamelijk om het viersporig maken van de baanvakken naar Denderleeuw, Nijvel en Ottignies-Louvain-la-Neuve en om de Watermaal-Josafattunnel. Het merendeel van de voorziene investeringen heeft plaats in Waals-Brabant. Het grootste deel van de investeringen op het grondgebied van Vlaams-Brabant gebeuren bovendien op de twee lijnen naar het zuiden.

De einddatum van het GEN als geheel is uitgesteld tot 2025. Het project heeft nu dus al 13 jaar vertraging opgelopen. Als officiële reden worden de verschillende beroepsprocedures bij de Raad van State aangehaald. Nochtans zou het slechts 7 jaar duren om de werken af te ronden nadat alle juridische obstakels van de baan zijn.

Brussel-Denderleeuw zou wel in 2017 al klaar moeten zijn.

Ook van de doelstellingen in de GEN-studie van de FOD Mobiliteit om het GEN tegen 2020 uit te breiden naar o.a. Tienen en Aarschot is budgettair niets terug te vinden in dit meerjarenplan. Meer nog, er staat letterlijk het volgende: “Het meerjareninvesteringsplan impliceert dat de doelstellingen vooropgesteld in de GEN-studie van de FOD Mobiliteit in 2009 (art. 13) voor de mijlpalen 2015 (doelstelling 13,6 mio trein-km) en 2020 (doelstelling 22,8 mio trein-km), technisch niet haalbaar zijn.” Met ‘technisch’ bedoelt met in deze context ‘budgettair’. 1.3. Infrastructuur klassiek net
In totaal wordt er in België, ondanks de prioritaire aandacht voor veiligheid, capaciteitsbehoud en het GEN, toch nog altijd voor meer dan 2 miljard euro geïnvesteerd in de capaciteitsuitbreiding van het klassieke net.

We vinden hier, afgezien van enkele kleine bedragen die nog voorzien zijn voor de afwerking van de noordelijke spoorontsluiting van de luchthaven Zaventem, geen investeringen in Vlaams-Brabant terug.

De noden zijn nochtans hoog zoals blijkt uit het prioriteitenlijstje in de nota Vlaamse spoorstrategie van de Vlaamse regering. Volgende geheel of gedeeltelijk Vlaams-Brabantse projecten worden daar als prioriteit vermeld: de aanleg van een ongelijkgrondse kruising van de lijnen 96 en 26 bij het binnenrijden van het station van Halle ter hoogte van Buizingen, een nieuw station op lijn 94 in Halle-Zuid ter hoogte van Dassenveld, een nieuwe spoorverbinding Aarschot-Herentals met treindienst Leuven-Aarschot-Herentals-Turnhout, de aanleg van de bocht van Aarschot, de aanleg van een 2de spoor Landen-Hasselt, de realisatie van Leopoldsburg-Diest…

1.4. Stations, stopplaatsen en parkings
In totaal voorziet de NMBS-groep meer dan 2,5 miljard euro voor de investeringen in stations, stopplaatsen en parkings. Een kleine 2 miljard is toewijsbaar en gespecifieerd. Daarvan gaat 174,5 miljoen euro of 8,9% naar stations en stopplaatsen gelegen in Vlaams-Brabant.

De voorbije jaren werden de stations en stopplaatsen (Zaventem, Kortenberg, Diegem, Nossegem, Erps-Kwerps, Veltem en Herent) op spoorlijn 36 (Leuven-Brussel) vernieuwd in het kader van het GEN. Het investeringsplan maakt niet duidelijk of en hoeveel er geïnvesteerd zal worden in de stations en stopplaatsen van de GEN-lijnen 50A (Denderleeuw-Brussel), 124 (Nijvel-Brussel) en 161 (Ottignies-Brussel). We zien wel dat de investeringen in stopplaats Groot-Bijgaarden niet onder het GEN maar onder het klassiek net zijn opgenomen. We zouden dus kunnen aannemen dat er niets voorzien is voor andere stations en stopplaatsen op deze lijnen (bvb. Dilbeek, Sint-Genesius-Rode). Anderzijds wordt er in ‘deel 3 – fiches’ vermeld dat de vernieuwingen van de stations van Nijvel en Eigenbrakel wel deel uitmaken van de GEN-projectfiches.

1.5. Andere
Er is in totaal 13,9 miljoen euro voorzien voor volgende projecten bij het station van Leuven:
– de aankoop/bouw van een kantoorruimte voor de huisvesting van de federale spoorwegpolitie
– de bouw van een nieuw dienstgebouw voor de diensten van ICTRA (het informaticadepartement van de NMBS), de machinisten en een personeelsrestaurant
– een magazijn voor ICTRA
– de noodzakelijke omgevingsaanleg (voetpaden, toegangswegen, parking voor dienstvoertuigen, wellicht ook aanpassingswerken aan de nutsleidingen en de rioleringen)
– de aanleg van een gelijkgrondse personeelsparking tussen het dienstgebouw ICTRA en de eerste fase van de pendelparking

Van de aanleg van een treinstation te Haasrode, al jaren een ‘hot issue’ in het Leuvense, is in het meerjarenplan geen sprake. Het wordt genoemd in de uitbreiding van het GEN naar Tienen, maar zoals eerder vermeld is er geen budgettair spoor van terug te vinden in dit meerjarenplan van de NMBS.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s