Meer ondernemen, het antwoord op de crisis

Toespraak Meer Ondernemen – Dinsdag 26 november – Universiteitshallen K.U. Leuven

 

Geachte dames en heren,

 

Ik ben ervan overtuigd dat een publiek als u het apprecieert als ik meteen to the point kom.

Wel, beste mensen, “We leven in een geweldige tijd”.

We leven in een tijd waarin mensen een hele carrière kunnen stempelen. Een tijd waarin men na een heel leven te stempelen recht heeft op een volwaardig pensioen. Een tijd waarin mensen al op hun 48ste met brugpensioen gaan. Een tijd waarin het systeem van de vaste benoeming onze arbeidsmarkt blokkeert. Een tijd waarin de vakbonden met een vingerknip het land plat leggen. Een tijd waarin diezelfde vakbonden rijker worden van de werklozen dan van de werkenden. Een tijd waarin wie solliciteert voor een topjob bij de overheid, ze niet krijgt en wie niet solliciteert, ze wel krijgt…

 We leven ook in een tijd met het hoogst aantal zelfmoorden en burnouts en een tijd waarin de consumptie van antidepressiva de hoogste toppen scheert.

Beste mensen,

We leven in een tijd waarin ettelijke Vlaamse jongeren in naam van Allah mee gaan strijden in Syrië; een tijd waarin almeer meisjes zich bekeren tot de Islam. Een tijd waarin onze gevangenissen overvol zitten en amper 1 op 10 criminele illegalen uitgewezen wordt.

 “Optimism is a moral duty”. En wanneer men zegt dat we in een geweldige tijd leven, heeft men historisch gezien natuurlijk gelijk. Maar het heeft geen zin om rond de problemen heen te blijven draaien. Of ze enkel een andere naam te geven. We mogen geen oogkleppen opzetten en blind zijn voor wat mis loopt. Ons sociaal model is op het einde van haar Latijn. Optimisme is goed, realisme is beter.

 Dames en heren,

Di Rupo I zet onvoldoende in op mensen die initiatief nemen en toegevoegde waarde creëren. Mensen zoals u. Integendeel, ze ontmoedigt en ondergraaft het ondernemerschap. En dat terwijl ondernemers en zelfstandigen het steeds moeilijker krijgen.

Amper 8 procent van de volwassen Belgen richt een onderneming op of plant dit te doen, tegenover 12 procent in de Europese Unie. Steeds minder mensen starten een bedrijf en het aantal faillissementen neemt toe. In dit land gaan per dag 30 bedrijven failliet. Sinds Di Rupo tellen we meer dan 19.000 faillissementen. Ruim 400.000 mensen zitten zonder werk. Onze welvaart en welzijn glippen ons als zand door de vingers. En dat omdat de verschillen op federaal niveau te groot zijn.

Dit land bestaat uit twee verschillende wereldbeelden. Ten zuiden van de taalgrens vertrouwt men de vrije markt gewoon niet. Winst is voor de PS niet de bron van welvaart en welzijn. Winst is “iets vies”.  Toen Di Rupo eerder dit jaar zijn vennootschap opdoekte, was zijn woordvoerster er als de kippen bij om te benadrukken dat “de premier er zeker geen winst aan heeft overgehouden”. Want stel u voor: aan een volstrekt wettelijke vennootschap “winst” verdienen. (Absurder moet het niet worden.) Of toen de Franse miljardair Bernard Arnault eind vorig jaar Belg wou worden zette de SP.A het land in rep en roer. Als een miljardair Belg wil worden, ho maar, daar moet vast iets louche mee aan de hand zijn. Maar de 600.000 mensen die via de snel-Belg-wet onze nationaliteit kregen zonder enige voorwaarden, en vaak zonder arbeidsinkomen, daar kraait geen haan naar.

Deze instelling is dodelijk voor het ondernemerschap en verklaart regeringsbeslissingen als de invoering van de belasting op bedrijfswagens en de verhoging van de liquidatietax van 10 naar 25 procent. Het lijkt wel alsof een liberaal als Herman De Croo meer bekommerd is om het pensioen van de koning dan om dat van ondernemers. Rutten heeft het over “pestmaatregelen” maar mede dankzij haar partij werden ze wel werkelijkheid.

Dames en heren,

Om het ondernemerschap aantrekkelijk, lonend en rendabel te houden, is vooral een coherent beleid nodig. Met de huidige bevoegdheidsverdeling is dat niet mogelijk. De Gewesten zijn wel bevoegd voor het industrieel beleid maar belangrijke economische hefbomen zoals de fiscaliteit, de loonvorming, arbeidsvoorwaarden en de sociale zekerheid blijven federaal.  De overheidsmiddelen worden niet efficiënt ingezet en zo lopen kleine en grote ondernemingen kansen en investeringen mis.

Door de verschillende visies tussen Vlamingen en Walen en links en rechts is de huidige regering toegewezen op de zogenaamde “salamitactiek”: in elke begrotingszitting wordt hier en daar een kleine maatregel genomen. Volgens begrotingsexperts zijn maar liefst 47 procent van alle begrotingsmaatregelen genomen onder deze regering, eenmalig. De regering neemt de weg van “le faisable”, het haalbare. Dat is de weg van de minste weerstand maar ook de weg van het minste verstand want de traditionele partijen schuiven zo de problemen en de rekening door naar de volgende generaties.

Beste mensen,

De Belgische welvaartstaat evolueert naar een schuldenstaat. Volgens de laatste cijfers van Eurostat klimt de Belgische overheidsschuld naar 105 procent van het bruto binnenlands product. Met de verkoop van PNB Paribas Fortis aan de Fransen – opnieuw een eenmalige maatregel – is de staatsschuld voorlopig onder de 100 procent gedoken. Daarmee heeft Frankrijk met Electrabel, Tractebel, Dexia en Fortis al onze kroonjuwelen in handen.

Président Hollande, zou u zo vriendelijk willen zijn er ook de Kroon bij te nemen? 

Maar we moeten bij de les blijven want die hoge totale staatsschuld wijst op de hoogdringendheid van fundamentele veranderingen. De juiste beleidskeuzes dienen gemaakt te worden willen we niet ten onder gaan aan de stijgende pensioen- en gezondheidskosten die de vergrijzing meebrengt.

Daarom is de enige weg naar een gezonde Vlaamse economie dan ook de weg naar het confederalisme.

In het confederale België zouden Vlaanderen en Wallonië zelf verantwoordelijkheid opnemen voor het eigen economisch en financieel beleid. Alleen als we zelf aan het sociaaleconomische stuur zitten, kunnen we de hervormingen doorvoeren die noodzakelijk zijn om onze welvaart te behouden en te versterken en zorgen voor een meer gunstig ondernemingsklimaat. 

Als we zelf kunnen beslissen, kunnen we verantwoordelijkheid belonen in plaats van bestraffen.  Want ondernemen of een eigen zaak starten, gaat bij uitstek over verantwoordelijkheid nemen, de nek uitsteken. Dat willen wij beloond en ondersteund zien in plaats van bestraft en gewantrouwd.

CD&V en Open VLD verklaarden nooit in een regering te zullen stappen die al wie werkt, spaart en onderneemt zou belasten. En vervolgens werd al wie werkt, spaart en onderneemt belast.

In geen enkel OESO-land is er een grotere belasting op lonen dan in België.

Weet u dat de eerste Belg die werkt voor Facebook in Sillicon Valley in Californië, Jan Van Buggenhout, uit Linden komt? Ik zag afgelopen zondag zijn vader  en die vertelde me dat Jan berekend had hoeveel hij in totaal afdraagt aan de Amerikaanse overheid: 33 procent. En dit terwijl California bekend staat als high tax state. In België zou hij 60 procent moeten afstaan. Die zien we hier nooit meer terug.

Nergens wordt arbeid zwaarder belast dan in België. Wie werkt komt algauw in de op één na hoogste schijf van 45 procent. Vanaf 34.500 euro valt de Belgische belastingplichtige in de hoogste nominale schijf van 50 procent. In Griekenland dreigde een belastingopstand uit te breken tegen de invoering van een tarief van 45 procent. Met de N-VA willen we de belastingen op een gemiddeld loon verlagen tot 40 procent.

Beste mensen,

Wanneer Vlaanderen zelf verantwoordelijk wordt voor de belastingen, zouden we die eenvoudiger, competitiever en rechtvaardiger kunnen maken. Niet alleen de persoonsbelasting maar ook de vennootschapsbelasting zouden we verlagen. Het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting ligt in België hoger dan het gemiddelde van onze buurlanden, Scandinavië en heel West-Europa.

Die verlaging willen we financieren met een vermindering van de overheidsuitgaven. Gelukkig staan we met die visie niet alleen. Maar hoe denken de liberale partijen dat met Di Rupo II te bereiken? Keep on dreaming ladies.

Als we met de N-VA in mei 2014 het vertrouwen van de kiezer krijgen, maken we komaf met de verhoging van de liquidatiebonus. Ook de belastingverhoging voor “voordelen van alle aard” maken we dan ongedaan. En we willen werk maken van een fiscaal pact voor een meer stabiele, rechtszekere en ondernemingsvriendelijke fiscaliteit. Nu worden ondernemingen anders behandeld naarmate ze een andere fiscale controleur hebben. Die willekeur moet stoppen. 

En tot slot, zouden we in het confederale model ook zelf kunnen beslissen over de loonvorming. Dat overleg zouden we verplaatsen van het federale niveau naar dat van de sectoren en bedrijven zodat de ontwikkeling van lonen beter aansluit bij de evolutie van de productiviteit van de regio’s en hun bedrijven. Een regionale loonvorming zou ook voor een betere afstemming zorgen van vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt.

Arbeid kost in de Belgische marktsector gemiddeld 40 euro per uur, dat is 8 uur per uur of 25 procent meer dan gemiddeld in onze buurlanden. De belastingdruk op een gemiddeld brutoloon ligt met 42,8 procent ongeveer een derde hoger dan in Duitsland, Frankrijk, Nederland en de Scandinavische landen, waar de belastingdruk op arbeid “maar” 30,8 procent uitmaakt. In geen enkel ander OESO-land is het verschil tussen de totale loonkosten voor de werkgever en het loon dat een werknemer netto overhoudt op het einde van de maand zo groot als bij ons.

Ook de mobiliteit moet beter willen we competitief zijn. Het investeringsbeleid van de NMBS in Vlaams-Brabant stelt zwaar teleur. Dat er de komende 12 jaar nagenoeg geen investeringen zijn in capaciteitsuitbreiding van het klassieke spoornet in onze provincie is ronduit stuitend. 19 van de 25 meest filegevoelige punten van het Vlaanderen liggen in Vlaams-Brabant en toch gaat er nog geen 10 procent van de Belgische investeringen in het openbaar vervoer naar onze provincie. De NMBS is in haar geheel is trouwens een goed voorbeeld van hoe we – zoals Bart graag zegt – in België wel Noord-Europese belastingen betalen maar er Zuid-Europese dienstverlening voor in de plaats krijgen.

Het mag duidelijk zijn: we willen met de N-VA een fundamentele beleidsommekeer. Ondernemerschap moet opnieuw gestimuleerd en gewaardeerd worden. Daarvoor moeten de fiscale en parafiscale druk omlaag, het belastingstelsel moet eenvoudiger en de lasten op arbeid en ondernemen moeten dalen om de concurrentiekracht te versterken en de werkgelegenheid te vrijwaren. Binnen de Belgische federatie kan dat blijkbaar niet. Vlaanderen moet dus de kans krijgen om het zelf te doen. Daarom is confederalisme nodig.

En er is reden om optimistisch te zijn: bijna de helft van de Vlamingen wil dat noodzakelijke confederalisme ook. We hebben met de congresteksten onze kaarten laten zien en die vallen in de smaak. Uit peilingen blijkt dat 40% de N-VA plannen voor een confederaal model zien zitten. Uit een andere peiling bleek dat een derde van de Brusselaars bovendien kiest voor het aanbod van de Vlaamse gemeenschap als ze voor de Brusselkeuze staan. Nu al, 1 op 3.

Beste mensen,

Samen met Ben Weyts zal ik de komende maanden heel wat Vlaams-Brabantse bedrijven bezoeken. We willen uit eerste hand te weten komen wat er leeft bij ondernemers en waar de pijnpunten liggen in het beleid volgens de ondernemers zelf. We willen niet alleen luisteren maar ook onze handen uit de mouwen steken. Voor de verkiezingen maar zeker ook erna.

Op ons kunt u rekenen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s