De economische impact van migratie

Medio november gaf ik een lezing voor de bekende Brusselse zakenclub Club van Lotharingen of Cercle de Lorraine. Het ging over de economische impact van migratie. Ik geef ze jullie graag mee:

 

Theo Francken: Cercle de Lorraine 11/11/2015 

 

Beste Ambassadeurs en leden van de Cercle de Lorraine,

 

Het is mij een waar genoegen om vandaag voor u te mogen speechen. U vertegenwoordigt immers de economische elite van ons land, de motor achter onze welvaart. Mijn voorzitter was hier twee jaar geleden al te gast en heeft daar niets dan goede herinneringen aan overgehouden. Vandaag wil ik het met u hebben over een zeer belangrijk thema. Een thema dat ons allen aanbelangt: de migratie naar ons land en de economische impact daarvan.

Vandaag is één op de vijf van alle inwoners in ons land geen Belg van geboorte.[1] Dat zijn meer dan twee miljoen mensen, waarvan ongeveer de helft een nationaliteit bezit van een EU-lidstaat. Een klein miljoen[2] van die buitenlandse inwoners heeft ondertussen de Belgische nationaliteit verworven. Er kan geen twijfel over bestaan: België is één van de belangrijkste immigratielanden binnen de Westerse wereld.

Wat is nu eigenlijk de economische impact van de migratie naar ons land? Daarover is al veel inkt gevloeid. Sommige studies stellen dat de migratie een positief economisch verhaal is. Er wordt dan gewezen op de vele vacatures die anders niet ingevuld zouden raken en op de extra belastinginkomsten uit arbeid en consumptie, die de sociale kosten van migratie ruim zouden overstijgen. Zo publiceerden twee economen van de UCL op 14 oktober een studie[3] waarin zij stellen dat de huidige instroom van asielzoekers de publieke schatkist met meer dan 2 miljard zal spijzen. De krant Le Soir titelde prompt: “Les migrants renforcent l’économie belge”. Andere studies zijn dan weer negatiever. Economische doemdenkers stellen dat migratie louter resulteert in een schaalvergroting van de economie en dat het in het slechtste geval zelfs een extra kostenpost kan vormen voor de ontvangende samenleving.

U ziet, Dames en Heren, dit debat wordt overschaduwd door onduidelijkheid en conflicterende visies. In deze lezing geef ik u graag mijn persoonlijke bedenkingen over deze kwestie. Bedenkingen die gerijpt zijn uit eigen kritische lectuur van economische publicaties, maar ook uit mijn praktijkervaring als Staatssecretaris voor Asiel en Migratie en als burgemeester. Eerst zal ik u een beeld geven van hoe goed, of hoe slecht, ons land het doet in vergelijking met de andere OESO-landen. Vervolgens wil ik u de inspanningen schetsen van de regering om van migratie een economische succesverhaal te maken. Afsluiten doe ik met de alles overheersende actualiteit, de Europese migratiecrisis, en de economische implicaties daarvan voor ons land.

In 2013 publiceerde de OESO een omvangrijke studie[4] over de impact van migratie op de overheidsbudgetten van haar lidstaten. In de meeste OESO-landen is die te verwaarlozen. Er is een impact van amper een half procentpunt in positieve of negatieve zin. De studie legt evenwel interessante verschillen bloot tussen de Oeso-landen van de Oude en van de Nieuwe Wereld. Meneer Denis Robert, ambassadeur van Canada hier aanwezig, zal verheugd zijn om te horen dat zijn land aan de top van het lijstje staat. Samen met Australië en Nieuw-Zeeland noteert Canada een positieve budgettaire impact van meer dan 2 % van het BNP. Europa scoort helaas merkelijk slechter. België kent een licht negatief saldo van -0,43 %. Erger is het gesteld in Frankrijk (-0,84 %) en vooral in Duitsland (-2,3 %), twee landen met een snel verouderende migrantenpopulatie. Ook Zweden, met een nochtans jonge migrantenpopulatie, komt er bekaaid vanaf, met een negatieve budgettaire impact van 2 %.

Deze resultaten mogen eigenlijk niet verbazen. Want uit wat bestaat nu eigenlijk de netto impact van migratie op de economie? Een migrant is net zoals elke burger een consument, een werknemer, een investeerder en een spaarder. In de veronderstelling dat de economische prestaties van de migrant gelijk zijn aan die van de autochtoon, komt migratie gewoon neer op economische schaalvergroting, een louter kwantitatieve verbetering van de economie zeg maar. Slechts indien de migrant economische prestaties aan de dag legt die superieur zijn aan die van de eigen inwoners, kan gesproken worden van een kwalitatieve verbetering van de economie. Dat is zo in Canada en in de andere OESO-landen van de Nieuwe Wereld. Dat is niet zo in Europa. Slechts twee Europese landen, Zwitserland en Luxemburg, noteren een positieve budgettaire impact.

Arbeidsparticipatie is zonder meer de belangrijkste factor in dit verhaal. Zoals u weet, mijne Dames en Heren, bengelt ons land op dit vlak helaas aan de staart van het OESO-peloton. Van onze inwoners die geboren zijn met een vreemde nationaliteit was in 2014 amper de helft aan de slag.[5] We laten nog nipt Spanje en Griekenland achter ons, maar daar is de situatie vertekend door de grote informele economie. Waaraan is deze slechte prestatie te wijten? Opvallend is dat de traditionele sociale democratieën in Europa allemaal slecht scoren. In België en Frankrijk, maar ook in modellanden als Finland en Denemarken, ligt de arbeidsparticipatiegraad bij geboren vreemdelingen tot 10 % lager dan bij de eigen onderdanen[6]. In Zweden, het klassieke ideaaltype van de sociaaldemocratie, ligt die arbeidsparticipatie zelfs 14 % lager. Een gans andere situatie stelt men vast bij de OESO-landen die traditioneel een economisch liberalere koers varen. In het Canada van ambassadeur Denis Robert ligt de arbeidsparticipatie amper 2,7 % lager, terwijl die van de migranten in de V.S. zelfs 2,5 % hoger ligt dan bij geboren Amerikanen. In Europa kan slechts één land de Nieuwe Wereld op dit vlak bijbenen. Ambassadrice Alison Rose zal verheugd zijn te horen dat het V.K.[7] de beste leerling van de Europese klas is, met een arbeidsparticipatiegraad voor nieuwkomers die in de buurt komt van die van Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Hoe komt het dat het over het kanaal wél lukt om de migranten aan het werk te krijgen? Niet toevallig is het V.K. economisch het meest liberale land van Europa. Zonder te willen vervallen in exclusieve verklaringen, lijken de aard van het uitkeringsstelsel en de openheid van de arbeidsmarkt aldus een grote rol te spelen.

Maar ook het migratiemodel zelf verschilt aanzienlijk tussen de Angelsaksische en de continentale OESO-lidstaten. Hét opvallendste verschil is ongetwijfeld het veel grotere aandeel aan passieve, of ongekozen, immigratie in West-Europa, wanneer men dat vergelijkt met de immigratie naar de OESO-landen uit de Nieuwe Wereld. Deze landen bezitten stuk voor stuk een lange traditie van selectieve economisch immigratie. Ze trekken migranten aan met specifieke profielen, gekozen op basis van de concrete noden van de eigen arbeidsmarkt. Het gros van de migratie naar Europa komt daarentegen via de gezinshereniging of via humanitaire kanalen als regularisatie of asiel. Europa trekt dus veel migranten aan, maar kijkt daarbij amper om naar de noden van haar arbeidsmarkt.

Ook binnen Europa zelf zijn er opvallende verschillen. Ons land hinkt duidelijk achterop wanneer het gaat om actieve migratie. De recentste cijfers tonen aan dat amper één op de vier (24 %) nieuwkomers van buiten de Europese Unie hier kwam om te werken of te studeren. Er is weliswaar een tendens van verbetering zichtbaar, in 2010 stond de teller op amper 18 %, maar toch doet in onze regio niemand slechter. Nederland en Luxemburg leggen puike cijfers van 40 % actieve migratie voor. Duitsland en Frankrijk zitten daar iets onder. Het cijfer voor onze Gallische buur moet wel genuanceerd worden. Van de 38 % actieve migratie naar Frankrijk bestond 30 % uit studentenmigratie en slechts 8 % uit arbeidsmigratie. De Franse cultuur blijkt veel wervender dan haar arbeidsmarkt.

Dames en Heren,

Indien ons land vandaag zwak scoort in de arbeidsparticipatie van migranten, dan is dat dus deels te wijten aan het te vrijblijvende Belgische uitkeringsmodel en aan onze rigide loonpolitiek, maar zeker ook aan de samenstelling zelf van de migratie naar ons land. Die migratie moet dringend ‘geactiveerd’ worden, willen we er een economisch succesverhaal van maken. De regering maakt daar volop werk van en ik kan u vandaag meedelen dat de eerste resultaten stilaan zichtbaar worden.

In het terugdringen van de ongekozen, passieve, immigratie naar ons land werden reeds grote stappen gezet. De belangrijkste verwezenlijking is ongetwijfeld de vestrenging geweest van de gezinshereniging, ingevoerd door de partijen van de huidige Zweedse coalitie toen de regering Di Rupo in lopende zaken was. Door de invoering van een huisvestingsvereiste en een inkomensvereiste in september 2011 daalde het aantal visa voor gezinshereniging in één klap met 30 %. Mede hierdoor zijn we erin geslaagd om het aandeel actieve migratie op te krikken van 18 % naar 24 %. Maar we ambiëren meer, veel meer. Wij hopen dit jaar opnieuw een grote stap vooruit te zetten door het retributie-recht dat nu is ingevoerd voor de aanvragen tot verblijf bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat retributierecht zal zich laten voelen bij de gezinshereniging, maar ook bij andere belangrijke passieve migratiekanalen zoals de regularisatie om humanitaire redenen. De regering maakte van meet af aan duidelijk dat er geen collectieve regularisatie komt en dat de wettelijke criteria strikt zullen worden geïnterpreteerd. Dankzij deze duidelijke boodschap, en dankzij de invoering van het retributierecht, zijn de aanvragen voor regularisatie op één jaar tijd gehalveerd. De regularisatieprocedure wordt nu opnieuw gepercipieerd als een uitzonderingsprocedure, zoals ze oorspronkelijk ook door de wetgever was bedoeld.

Ook op het vlak van arbeidsmigratie zien we nog marge voor verbetering. België kent nu al één van de vlotste systemen voor de aflevering van werkvisa in Europa, maar we willen nog verder gaan in het terugdringen van nutteloze administratieve overlast. Zo werken we aan een ambitieus project om de oude verblijfs- en arbeidskaarten door één enkele elektronische kaart te vervangen, die zowel toegang zal geven tot het grondgebied als tot onze arbeidsmarkt. Ik kan u melden dat er overeenstemming is bereikt over dit project en dat we met concrete wetteksten naar het parlement te komen in het voorjaar van 2016.

Dames en Heren,

we maken belangrijke vorderingen, maar we moeten nog veel verder gaan indien we van migratie echt een positief economisch verhaal willen maken. Deze opdracht vormde de rode draad van mijn beleid, tot ik deze zomer geconfronteerd werd met een fenomeen dat ondertussen de geschiedenisboeken in gaat als de Europese migratiecrisis van 2015. Over de gigantische logistieke uitdagingen waar we voor staan om de massale instroom te herbergen wil ik het vandaag voor een keer niet hebben. Waar ik het met u wel wil over hebben, is over de economische impact van de asielcrisis op ons land. Is die asielcrisis een economische opportuniteit, dan wel een molensteen rond onze nek?

Toen het aantal asielaanvragen deze zomer door het dak ging, toonden vele patroons zich enthousiast om de nieuwkomers meteen aan een job te helpen. Op 3 september schreef de u welbekende Fernand Huts van Katoennatie een open brief naar politici waarin hij beloofde 500 erkende vluchtelingen aan het werk te zetten, tenminste indien de door hem verguisde Wet Major zou worden afgeschaft. UNIZO tekende dan weer present in het tentenkamp aan het Maximiliaanpark. Met een eigen stand wilde UNIZO de asielzoekers meteen op weg zetten naar het zelfstandig ondernemerschap. In de economische locomotief van Europa waren de reacties van het patronaat mogelijks nog enthousiaster. De CEO van Daimler-Benz, Dieter Zetsche, toonde zich op 15 september bijna lyrisch over de grote instroom van asielzoekers naar zijn heimat. Ik citeer: “Im besten Fall kan die aufnahme von mehr als 800.000 Menschen in Deutschland eine Grundlage werden für das nächtste deutsche Wirtschaftswunder.”

Maar, mijne heren, is er eigenlijk wel reden tot juichen? In een interview met de krant Die Welt van 17 augustus vond Nobelprijswinnaar Joseph Stieglitz[8] dat Duistland dik bofte met zijn vluchtelingen. Het land kampt immers met een snel krimpend reservoir aan arbeidskrachten. Al die hoogopgeleide Syriërs zouden de toekomstige gaten in de arbeidsmarkt kunnen opvullen en zodoende de Duitse economie behoeden voor een Japans scenario. Stieglitz ging net niet zover om het ‘Wir Schaffen das’-verhaal te verpakken als een dringende economische noodzaak. Dat was augustus. De laatste tijd regent het in Duitsland vooral rapporten en studies die uiterst kritisch zijn voor de hoera-stemming van de begindagen. De bevolkingsgroei van meer dan één miljoen mensen die Duitsland dit jaar te slikken krijgt zorgt weliswaar voor extra economische groei, maar die komt louter van de toegenomen overheidsuitgaven en consumptie. Die extra groei valt trouwens maar magertjes uit. Het gerenommeerde Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung (DIW) voorspelde op 16 september dat de migratiecrisis in 2016 zou resulteren in een bijkomende groei van 0,25 % van het BNP. Dat is ruim onder de meer dan één procent waarmee de Duitse bevolking zal aangroeien, waardoor Duitsland er in relatieve termen op achteruit gaat. Een deel van de verklaring is dat de asielzoeker niet zo makkelijk te activeren valt als Stiglitz in augustus voor ogen had. Op 10 september verklaarde de Duitse minister van Arbeid, Andrea Nahles (SPD), in de Bundestag dat amper één op de tien van de asielzoekers in Duitsland over de nodige competenties beschikt om meteen ingeschakeld te worden op de Duitse arbeidsmarkt.[9] Dat nieuws sloeg in als een bom en was van fundamenteel belang in de omslag van de publieke opinie in Duitsland. Het grootste probleem om de asielzoekers aan het werk te krijgen is uiteraard de taalbarrière. Slechts een kleine minderheid van hen spreekt rudimentair Engels. De taal van Goethe onder de knie krijgen wordt voor velen een ronduit onmogelijk opgave. Ook het opleidingsniveau van de nieuwe werknemers ligt ver onder de verwachtingen. Het befaamde Münchense ‘IFO-institut für Witschaftsforschung’ publiceerde op 27 oktober ronduit alarmerender cijfers. Amper 15 % van de Syrische vluchtelingen had voortgezet onderwijs gevolgd. De helft raakte niet verder dan lager middelbaar, terwijl 16 % volstrekt analfabeet is. Het zal een Faustiaanse opdracht worden voor onze Duitse buren om het miljoen nieuwkomers in hun land klaar te stomen voor een volgend Wirtschaftswunder. Ondertussen tikken de kosten wel in ijltempo aan. Het IFO becijferde dat de asielinstroom de Duitse belastingbetaler volgend jaar minstens 10 miljard euro zal kosten.

Dames en Heren,

Ik moet toegeven dat ik de initiële euforie over de economische weldaden van de vluchtelingeninstroom van meet af aan met een gezonde dosis scepsis bekeken heb. Als beleidsmaker vertrouw ik eerder op naakte grafieken dan op uitspraken van Stiglitz. Net zoals in Duitsland zal ook bij ons de instroom volgend jaar resulteren in een bescheiden boost aan de economische groei, maar helaas ook in snel oplopende overheidsuitgaven. Het knelpunt om van deze nieuwe migratiegolf op middellange termijn een positief economisch verhaal te maken is opnieuw de arbeidsparticipatie. De ervaring leert dat we nu al grote moeite hebben bij het inschakelen van erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden. Vorig jaar verscheen een lijvige academische studie[10] over het onderwerp. De auteurs schetsen een moeizaam parcours van arbeidsintegratie, die zij met een knipoog naar de Beatles omschrijven als een ‘Long and Winding Road to Employment’. Vier jaar na hun erkenning is minder dan de helft van de vluchtelingen en subsidiair beschermden effectief aan de slag als werknemer of zelfstandige, en dat inclusief de gesubsidieerde arbeid bij lokale OCMW’s.[11]

Dames en Heren,

Ik zal er geen doekjes om winden, de uitdaging waar we voor staan om de vluchtelingen aan het werk te zetten zal een werk van lange adem zijn. Een werk dat bloed, zweet en tranen zal kosten en het uiterste zal vergen van alle actoren in de samenleving: de overheid, de burger, het middenveld én de bedrijven. Drie zaken zijn de sleutel tot succes: “integratie, integratie en integratie”. De overheid zal er alles aan doen om de nieuwkomers klaar te stomen voor de arbeidsmarkt met taallessen en beroepsopleidingen. In Vlaanderen is inburgering voor nieuwkomers al langer dan twaalf jaar verplicht, met goede resultaten. Ik ben verheugd om te horen dat de Franstalige gemeenschap nu eindelijk ook initiatieven in die richting onderneemt. Op onze inspanningen voor integratie mag geen maat op staan, want anders herhalen we de fouten uit het verleden. Tegelijk doet ons land forse inspanningen om een gunstig fiscaal klimaat te creëren voor aanwervingen. Met de taks-shift worden de patronale lasten voor laaggeschoolde arbeiders sterk teruggedrongen.

Maar de overheid kan de klus niet op zijn eentje klaren. Ook het bedrijfsleven moet op de kar springen. Werk is het alfa en omega om tot werkelijke integratie te komen. Werk geeft de nieuwkomer eigenwaarde en een sociale inbedding in de maatschappij. Ik wens daarom deze speech te gebruiken om een warme oproep te doen aan alle werkgevers in de zaal. Stel uw bedrijven open voor erkende vluchtelingen en geef hen kansen. Val niet te vlug over gebrekkige talenkennis en afwezige diploma’s, maar stel deze nieuwkomers in staat om op de werkvloer zelf ervaring op te doen. Slechts met uw hulp kunnen wij deze opdracht tot een goed einde brengen en van de immigratie naar ons land een succesverhaal maken.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

[1] 2.155.905, waarvan 1.121.387 EU en 1.034.518 derde land. Bron: Myria, laatste jaarverslag, cijfers van 1 januari 2014.

[2] 941.000

[3] http://www.regards-economiques.be/images/reco-pdf/reco_154.pdf

[4] T. Liebig en J. Mo (2013) ‘The fiscal impact of immigration in OECD countries’, uit de ‘International Migration Outlook 2013’.  http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/international-migration-outlook-2013/the-fiscal-impact-of-immigration-in-oecd-countries_migr_outlook-2013-6-en#page1  (noot: ‘foreign born’ als criterium).

[5] 52,4 %, vgl met 63,8 % voor geboren Belgen (oeso statistics database) https://data.oecd.org/migration/foreign-born-employment.htm

[6] Hier: ‘inwoners die van bij de geboorte de nationaliteit van de lidstaat hadden’.

[7] 3 %

[8] http://www.welt.de/wirtschaft/article146478956/Deutschland-hat-Glueck-mit-seinen-Fluechtlingen.html

[9] Zie: ‘Deutsche Wirtschaftsnachrichten’: http://deutsche-wirtschafts-nachrichten.de/2015/09/11/nahles-nicht-einmal-jeder-zehnte-fluechtling-fuer-arbeit-oder-ausbildung-qualifiziert/; Frankfürther Algemeine: http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/wirtschaftspolitik/vielen-fluechtlingen-droht-die-arbeitslosigkeit-13807121.html ; http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/wirtschaftspolitik/arbeitslosenzahl-steigt-durch-fluechtlinge-laut-andrea-nahles-13795574.html

 

[10] A. REA en J. WETS (ed.), The long and winding Road to Employment. An Analysis of the Labour Market Carreers of Asylum Seekrs and Refugees in Belgium. Academia Press, Gent, 2014. Integraal raadpleegbaar op http://www.myria.be/nl/publicaties/careers-the-long-and-winding-road-to-employment

[11] Zie grafiek IV-4 p 121. Bij herhaling werd deze studie aangevoerd om te betogen dat ’55 % van de vluchtelingen na 4 jaar werkt’.  Dat is fout, want dat cijfer is inclusief de werklozen. Dit misverstand is te wijten aan de interpretatie van deze studie door MYRIA, die in haar jaarverslag op p. 39 stelt: “De resultaten zijn bemoedigend, want ze tonen aan dat het aandeel erkende vluchtelingen die actief zijn op de arbeidsmarkt (werknemers, zelfstandigen en werkzoekenden) sterk toeneemt. Het stijgt immers van 19 % op het moment van de erkenning naar 55 % na vier jaar. Het exacte cijfer van zij die effectief werken (als zelfstandige of werknemer) staat niet vermeld in de Careers studie, maar uit visuele deductie van grafiek IV-4 op p. 121 kan afgeleid worden dat het aantal werknemers en zelfstandigen samen zo’n 43 % bedraagt.

Advertenties

Een gedachte over “De economische impact van migratie

  1. Het success van de tewerkstelling van de vluchtelingen en hun integratie in het Belgisch landschap ligt eerder bij ons zelf dan bij de asielzoekers.
    Wij moeten hen beschouwen als een nieuw geboren kind die voor het begin volledig afhankelijk is van zij omgeving, en met een eerlijke opvoeding en begeleiding dan ontpopt to een productieve burger.
    He zal dus een inspanning moeten worden en ik denk dat vooral gepensioneerden hierbij een belangrijke rol kunnen spelen. Zij hebben de tijd en levenservaring die zij kunnen overbrengen overal in het land.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s