Kruistocht in spijkerbroek

Beste vrienden,

Vandaag wil het met u hebben over één van de meest tragische aspecten van de migratiecrisis: de kwestie van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Jaarlijks worden vele tienduizenden minderjarigen uit Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië alleen op een gevaarlijke illegale reis naar Europa gestuurd. Ik benadruk ‘gestuurd’, want het zijn vaak volwassenen (veelal ouders of familie) die hen daartoe de opdracht geven en die de mensensmokkelaars de grote sommen betalen die daarvoor nodig zijn.

Dat fenomeen lijkt onlogisch, onverantwoord en wreed in de ogen van veel Vlaamse ouders. Want wie stuurt nu in godsnaam zijn eigen kind alleen uit op zo’n barre tocht? Dat doet niemand toch voor zijn plezier? Inderdaad. Het gebeurt ook niet voor het plezier. Maar toch gebeurt het. Omdat er een logische verklaring voor is. Deze exodus, die wel eens omschreven wordt als een nieuwe ‘Kinderkruistocht’, is namelijk een neveneffect van goedbedoelde, maar ondoordachte Europese wetgeving.

Vooreerst zijn minderjarigen immuun voor opsluiting en gedwongen repatriëring en kunnen ze evenmin terug gestuurd worden naar het Europese land waar ze eerder al eens asiel aanvroegen. Die ‘Dublin-immuniteit’ is nodig vanuit het oogpunt van jongerenbescherming, maar heeft wel als gevolg dat enkel alleenstaande minderjarigen vrij hun land van asiel in Europa mogen uitkiezen. Dat zet gezinnen ertoe aan om specifiek een minderjarige zoon/dochter uit te sturen, om zo te verhinderen dat hun emigratieproject strand in een ongewenst asielland als Italië of Griekenland.

Daarenboven hebben minderjarige erkende vluchtelingen ook als enigen het recht op gezinshereniging met ouders, wat niet gegund is aan Belgen, gewone vreemdelingen en meerderjarige vluchtelingen. Daardoor kunnen ouders die een kind uitstuurden, zich nadien met hem/haar laten herenigen, veilig per vliegtuig, in het asielland naar keuze.

Het is de combinatie van deze twee factoren die de nieuwe ‘Kinderkruistocht’ voedt, met alle menselijke drama’s die daarmee gepaard gaan. Het is één van de vele ongemakkelijke waarheden in het Europese migratiesysteem. Een systeem dat vol zit van goede bedoelingen, maar helaas ook bol van diep-tragische gevolgen.

De slachtoffers hiervan zijn uiteraard de jongeren zelf, die vaak helemaal niet om die reis gevraagd hebben. In de meeste gevallen gaat het om jongens in hun latere tienerjaren, maar uitzonderlijk zijn er ook meisjes bij en soms worden zelfs kleine kinderen afgezet aan het loket van onze asieldiensten.

Vorig jaar dienden 1.145 personen een asielaanvraag in die zich ‘minderjarig’ verklaarden. De juridische voorrechten die daaraan verbonden zijn zorgen logischerwijs voor zeer veel leeftijdsfraude, die wij proberen op te sporen via medisch onderzoek (botscans). Na dat onderzoek, bleken er van die groep slechts 769 beschouwd te kunnen worden als echte minderjarigen, waarbij we een foutenmarge in rekening nemen van 2 jaar ten voordele van de vreemdeling.

769, dat blijft nog steeds een schrijnend hoog aantal. Een aantal dat lager moet. Ook daarvoor moet er eindelijk werk gemaakt worden van waterdichte grensbewaking. Want wat die jongeren allemaal moeten meemaken op hun lange reis, dat overtreft vaak ons voorstellingsvermogen. Een deel daarvan komt daarenboven uit oorlogsgebieden, waardoor ze psychologisch getekend aankomen.

Het enige wat wij als gemeenschap daar tegenover kunnen stellen, is het aanreiken van de allerbeste zorg.
En dat doen we dan ook. Meteen na aankomst belanden die jongeren in een apart traject van opvang en krijgen ze intensieve begeleiding door gespecialiseerd personeel.

Eerst komen ze terecht in één van de vier speciale Observatie en Oriëntatie-centra voor minderjarigen (OOC’s) (fase 1), waar ze verblijven tot het leeftijdsonderzoek afgerond is. Indien de minderjarigheid wordt aanvaard, worden ze doorverwezen naar speciale opvangstructuren voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers (fase 2) en uiteindelijk naar kleinschalige gemeentelijke lokale opvanginitiatieven of pleeggezinnen (fase 3). Er wordt daarbij hard ingezet op taalverwerving en onderwijs, via de OKAN-klassen die goede resultaten boeken. Dankzij de deskundigheid en de inzet van al die medewerkers, wordt aan deze jongeren een warme thuis geboden, die zij in het thuisland vaak nooit hebben gekend.

Maar, net zoals dat bij elke vorm van zorgverlening gaat, kunnen wij maar helpen wie wil geholpen worden. Fedasil registreerde vorig jaar 570 ‘verdwijningen’ van (verklaarde) minderjarigen, waarvan 146 die meteen opvang weigerden.

Daarnaast zijn er veel die zich, na aankomst in de speciale jeugdcentra, bedenken en zich plots onttrekken aan onze hulp. De overgrote meerderheid van die verdwijningen gebeuren tijdens de eerste oriëntatiefase, waarin de medische leeftijdsbepaling nog niet werd afgerond. Daarbij zitten dus onvermijdelijk veel jongvolwassenen die uit eigen beweging verder reizen naar een andere lidstaat.

Dat is een praktijk waar wij ons al het hoofd over gebroken hebben, maar die niet aan te pakken is, zonder te raken aan de rechten van wie wel minderjarig is. De medische leeftijdsonderzoeken vragen nu eenmaal tijd. In de groep waarvan de minderjarigheid na onderzoek wél werd aanvaard (fase 2 en 3), gebeurden er slechts 76 verdwijningen, waarvan er amper 33 niet meteen verklaard konden worden.

Maar laat mij duidelijk zijn: dat zijn er nog steeds 33 te veel, want elk daarvan is één te veel.
Daarom volgen we die verdwijningen ook nauwgezet op, via een samenwerkingsprotocol met de politie en via contact met onze Europese collega’s.

Daarvoor heb ik een aparte task-force opgericht, die deze week opnieuw bijeenkwam voor een evaluatie van onze werking. Snel contact met de andere Europese landen is daarbij cruciaal. Niet zelden blijken die jongeren later immers op te duiken in asielcentra in andere Europese landen. De lokroep van geruchten, al dan niet per telefoon gemeld door een vriend of neef in een ander land, blijkt voor hen vaak onweerstaanbaar.

Onze medewerkers hebben daartegen geen verhaal, want de jongerencentra zijn nu eenmaal open centra waar zij vrij in- en uit kunnen lopen. Enkel door hen op te sluiten kan je verhinderen dat ze weglopen, maar dat is dus tegen de Europese en Belgische wet.

Maar ik aanvaard niet dat sommigen beschuldigend wijzen naar de ‘onverschilligheid’ van onze diensten en onze medewerkers. Zij stellen alles in het werk, geven elke dag het beste van zichzelf, om die jongeren op adem te laten komen en een geborgen thuis te bieden.

Deel gerust. Bedankt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s