11 november toespraak

Geachte aanwezigen,

Op 11 november 1918om 11 uur om precies te zijn zwegen de kanonnen na vier jaar strijd in de loopgraven van het Westelijk Front. Sinds 1922herdenken we onze gesneuvelden elk jaar opnieuw op diezelfde datum.  Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger een tweede maal België binnen omdat de kasseiwegen van Vlaanderen en Brabant opnieuwnaar Parijs leiden.  Sindsdien herdenken we op 11 november al onze gesneuvelden – zowel onze soldaten als onze burgers, die tijdens beide oorlogen om het leven kwamen tijdens de jarenlange Duitse bezetting. Ondertussen staat 11 november symbool voor alle oorlogen waaraan Belgische soldaten in internationaal verband om het leven kwamen.

Op dit ogenblik worden in alle Vlaamse dorpen speeches gehouden over het leed dat oorlog in hun gemeenschap bracht. Het is voor mij dan ook een hele eer om u namens het gemeentebestuur hier vandaag toe te spreken. Graag wil ik op de Eerste Wereldoorlog focussen. De cijfers voor deze oorlogin onze toenmalige gemeenten Lubbeek, Pellenberg, Linden en Binkom liegen er niet om : In de Eerste Wereldoorlog sneuvelen  in totaal  43 soldaten afkomstig uit wat we nu Groot-Lubbeek noemen. 283  militairen uit Lubbeek keren al dan niet gekwetst of getraumatiseerd naar huis terug.

Maar laten we ook de burgers niet vergeten. Op 19 augustus 1914 trekt het Duitse leger door onze gemeente . De doortocht van het Duitse leger gaat gepaard met gruweldaden. Het Duitse leger is ervan overtuigd dat er onder de gewone burgerbevolking sluipschutters zitten en aarzelt niet om te moorden.Op 19 augustus 1914 worden er vijftienLubbekenaren, zeven Lindenaren en een inwoner van Pellenberg vermoord. Hun namen  vind je terug op gedenkstenen. De jaarlijkse herdenkingsplechtigheid van de Nationale Strijdersbond van België in augustus moet de herinnering in Lubbeek-Sint Bernard dan ook levendig houden.

Geachte dames en heren,

In 2014 kwam bij de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog evenwel  een schat aan informatie boven in vele gemeentes in België. Dit was ook het geval in Lubbeek via publicaties en tentoonstellingen.  Ik wil trouwens  van de gelegenheid gebruik maken om  de Heemkundige Kring van Lubbeek en de oud-strijdersverenigingenvoor hun inzet te bedanken. Ook onze lagere scholen ontwikkelden initiatieven waarbij onze jeugdige inwoners hun creativiteit konden etaleren. Onze gemeente richtte ook nieuwe monumenten voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op – denk maar aan het herdenkingsmonument op de begraafplaats van Linden.

Als burgemeester ben ik bijzonder begaan met onze geschiedenis. 11 november zou niet louter een datum mogen zijn die onze leerlingen moeten studeren om te slagen voor een toets of een examen.  In onze lagere scholen komen beide wereldoorlogen zeker aan bod. Er worden dan vragen gesteld naar de oorzaken en het verloop van deze oorlogen.

Ik denk echter dat we in de gemeentelijke context een stap verder mogen gaan. De cijfers van het aantal gesneuvelden in Lubbeek, die ik zojuist opsomde, staan voor mensen van vlees en bloed, die in Lubbeek bestaan en gewoond hebben, tot de oorlog een abrupt einde maakte aan hun leven. Hun nazaten leven hier nog steeds en gaan hier nog steeds naar school. Ik geloof dat de taak  van ons gemeentelijkonderwijs erin moet bestaan om de Lubbekenaars, die hun leven lieten voor onze vrijheid en onze vrede, in leven te houden. In het verleden bezochten de lagere scholen van onze gemeente de begraafplaatsen van de gesneuvelden. Laten we dit blijven doen. Laat onsonze jeugd vertellen wat het betekende om kind te zijn tijdens beide oorlogen in Lubbeek. Vertel hen dat hun vaders en hun broers de leeftijd hebben van de vaders en de broers die tijdens de oorlog stierven.  Vertel hen  ook over de naar schatting 1,4 tot 2 miljoen Belgische vluchtelingen naar Frankrijk, Groot-Brittannië en het neutrale Nederland tijdens de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Vertel hen over de circa. 600.000 Belgen die pas na vier jaar naar België  terugkeerden. Zo zullen ze onder meerde huidige situatie van de Syrische vluchtelingen bij ons  begrijpen. Leer hen over de opeisingen vanpaarden, koeien, aardappelen, koper, lood, zink, hout,katoen, wol, en niet te vergetende 40 Lubbekenaars – op een totaal van circa 100.000 Belgen, die vanaf 1916 verplicht in Duitslandtewerkgesteld werden. Leer hen over de armoede en de honger tijdens de Duitse bezetting.

Onze jeugdige generatie verdient haar kennis over Lubbeek in tijden van oorlog. Zo wordt geschiedenis concreet en ontwikkel je respect voor de vorige generaties. Zo leer je wat oorlog echt betekent – ook vandaag voor mensen die duizenden kilometers van ons verwijderd zijn.

Maar vooral  leer je zo de waarde van vrede in te schatten. Laten we  niet vergeten dat we sinds 1945en 30 jaar na de val van de Berlijnse muur in vrede leven in Europa en dit een uitzonderlijke periode is in onze geschiedenis. Over die vrede gaat 11 november ook.

Met dank aan Dany Cortoos.
Foto: neerlegging bloemenkrans aan het oorlogsmonument te Lubbeek-dorp 11/11/19

375B3FA2-5463-45BE-AE1E-6AB585CD0AC9.jpeg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s