Oranje boven!

Vandaag verkiezingen in Nederland. Ik heb mijn oranje dasje al aangetrokken. Oranje boven.

Ik sta op de foto met Koning Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau, de eerste Koning der Nederlanden. Guillaume I zoals hier op zijn borstbeeld staat, werd koning na de Slag om Waterloo en het verlies van Napoleon. Hij besliste om Kamer en Senaat jaarlijks roterend te laten vergaderen in Brussel en Den Haag.

Onder het Napoleontische keizerrijk werd dit imposante Brusselse gebouw gebruikt als gerechtsgebouw. Voorheen onder de Oostenrijkse periode en vanaf de bouw onder Keizerin Margaretha van Oostenrijk in 1779 was het de vergaderplaats van de Raad van Brabant.

Koning Willem I was dus de Koning die van mijn hedendaagse werkplek een echt parlementsgebouw maakte.

Zijn borstbeeld kreeg een mooi plaatsje in Commissiezaal 2, een van de mooiste zaaltjes van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.


Nu terug naar de Nederlandse verkiezingen. Ik hoop uiteraard dat (centrum)rechts wint, zoals bij alle verkiezingen. 🤓

Lees vooral deze geweldige column van Prof. Dr. Mark Elchardus in De Morgen.

👇👇👇

Waarom links geen verkiezing meer kan winnen

Corona heeft een grote impact op mijn humeur maar een nog veel grotere op de programma’s waarmee de Nederlandse partijen komende woensdag naar de Tweede Kamer- verkiezingen trekken. Minder dan vier jaar geleden pleitte het programma van de VVD – de in naam liberale partij van premier Mark Rutte – nog voor een “kleine, efficiënte overheid”.

Nu lezen we in haar programma: “In de plaats van de rol van de overheid te verkleinen, zal de komende tijd juist een sterke, actieve overheid nodig zijn”. Daarover is inmiddels zowat iedereen het eens.

Corona heeft, didactischer en overtuigender nog dan de crisis van 2008, het belang van een sterke, slagvaardige en actieve overheid onderstreept. Ver weg zijn de jaren toen de overheid de oorzaak was van alle problemen en de markt de universele oplossing.

In de programma’s van al de Nederlandse partijen die, in dat land van 37 partijen, meer dan een paar procent stemmen waard zijn, zie je de zwenking naar links. Ze is opvallend bij de centrumrechtse partijen. Die onderstrepen niet enkel het belang van de overheid, maar opteren ook voor een aantal linkse programmapunten zoals het verhogen van het minimumloon. In het land van de zuinigen kant zowaar geen enkele relevante politieke partij zich nog tegen een oplopend overheidstekort.

Bij de centrumlinkse partijen is de zwenking minder opvallend. Zij stelden zich, uiteraard, voorheen al linkser op. Daar wordt de lichte wending dan maar verbaal sterk in de verf gezet. De voorzitter van GroenLinks, Jesse Klaver, leende daartoe de slogan waarmee ontevreden sociaaldemocraten een aantal jaren geleden afscheid probeerden te nemen van de liberale Derde Weg: “We slaan linksaf”. Op die manier geeft Klaver de marsrichting aan. Waarschijnlijk verklaart dat meteen waarom Kristof Calvo (Groen) in Nederland wil gaan leren hoe je een blauw-groene vrijage a#reekt (‘You just slip out the back, Jack’, als je Paul Simon mag geloven).

Kortom, nagenoeg iedereen trekt naar links, sociaal-economisch althans. Volgens verschillende peilingen doen niet enkel de partijen dat, maar de hele bevolking, samen met de bestuurlijke elite. Dat zou logischerwijze moeten betekenen dat woensdag links (de PvdA, GroenLinks en de Socialistische Partij) als een raket de hoogte in schiet.

Niet dus, althans niet volgens de peilingen. De drie linkse partijen die wat betreft stemmenaantal min of meer aan elkaar gewaagd zijn, zouden met hun drietjes samen minder zetels halen dan de VVD van Rutte in haar eentje. Je zal de zetels van twee linkse partijen al moeten optellen om Wilders’ PVV te overtroeven. “Het zijn maar peilingen”, zoals verliezende partijvoorzitters plegen te zeggen. Toch roepen ze de vraag op waarom linkse partijen niet winnen als de kiezers linksaf slaan.

Een mogelijke verklaring is dat Nederlanders sociaal-economisch wel wat linkser zijn geworden, maar niet wakker liggen van sociaal- economische kwesties. Ze maken zich misschien meer zorgen over migratie, klimaat, integratie, terrorisme, China en Rusland dan over de hoogte van de uitkeringen, de marktwerking in de zorg of de hoogte van het remgeld (wat ze zelf moeten betalen voor medische zorg).

Daarnaast is er de eeuwige premier Mark Rutte. Hij voert campagne zoals Vladimir Poetin, met persconferenties en een enkel interview met een bevriende journalist. Hij laat gekibbel over aan de meute die het per se nodig acht politiek te gaan bedrijven op een moment dat het land eensgezind de crisis moet aanpakken. Stel je voor!

Verder is er Ruttes partij, de VVD. Marktleider, zoals electorale onderzoekers dat stellen, voor economisch beleid en werkgelegenheid. De VVD is dat overigens ook voor veiligheid en na de PVV voor immigratie, integratie en terrorismebestrijding. Als die zorgen spelen, zal de VVD samen met de PVV daar de vruchten van plukken.

Het is ook mogelijk dat de Nederlanders echt een sociaal- economisch linkser beleid willen. Zich geen zorgen maken over migratie en gebrekkige integratie maar absoluut hogere uitkeringen, lager remgeld, betere studiefinanciering en een vermogensbelasting willen. Ook in dat geval zullen zij niet links stemmen. Gewoon omdat mensen niet bij de visboer binnenstappen om een brood te kopen, niet bij de meubelmaker om fruit en groenten gaan.

Net zoals in België associëren Nederlanders links niet meer in de eerste plaats met een sociaal-economisch links beleid, maar met open grenzen, slappe integratie, gebrek aan respect voor het verleden en een scheut wokeïgheid. Er zijn gewoon weinig Nederlanders die een dergelijke cocktail lusten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s