Ik ben Syriër, of toch niet.

Nationaliteitsfraude in de asielprocedure is geen nieuw fenomeen. Op momenten waarbij aan een bepaalde groep of nationaliteit quasi automatisch een beschermingsstatuut wordt toegekend is de verlokking voor anderen groot om een valse nationaliteit of identiteit aan te nemen. We zagen dit bijvoorbeeld ten tijde van de Kosovo crisis, maar ook vandaag met de vluchtelingenstroom uit Syrië. Syrische vluchtelingen worden in alle Europese landen erkend als vluchteling, door de gruwelijke oorlog die in hun thuisland woedt is terugkeer immers geen optie. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat personen uit andere landen, waarvoor de erkenningspercentages een stuk lager liggen, van deze situatie misbruik willen maken en zich ook valselijk als Syriër uitgeven. Een nauwgezette screening, controle en identificatie is dan ook onontbeerlijk.

De screeningsprocedures voor asielzoekers in ons land werden op mijn initiatief grondig versterkt en uitgebreid. Iemand die vandaag asiel aanvraagt in Brussel wordt eerst onderworpen aan een voorafgaande veiligheidsscreening, slechts in tweede instantie wordt zijn aanvraag definitief geregistreerd. Deze screening bestaat in de eerste plaats uit een controle van zijn of haar gegevens in de Europese databanken, dit om na te gaan of deze persoon nergens elders in de Europese Unie asiel heeft aangevraagd. Ook de Belgische veiligheids- en inlichtingendiensten worden geconsulteerd om na te gaan of de personen die in ons land asiel aanvragen bij hen gekend zijn.

In vele gevallen leggen asielzoekers geen identiteitsdocumenten voor bij het indienen van hun asielaanvraag, dit omdat zij deze verloren zijn dan wel omdat ze hun documenten doelbewust proberen achterhouden. Echter, ook wanneer zij wel originele documenten bij zich hebben blijft waakzaamheid geboden. In vele landen is het ten gevolge van jarenlange instabiliteit en corruptie immers mogelijk om gefraudeerde documenten te bekomen die amper van echte te onderscheiden zijn.

Het is juist om deze reden dat ook bij de behandeling van de asielaanvraag door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen uitzonderlijke aandacht gaat naar de identificatie van de asielzoeker. Het nationaliteitsonderzoek is een cruciaal onderdeel van de procedure. Tijdens een diepte interview van meerdere uren wordt via gerichte vragen de nationaliteit gecontroleerd. Dit onderzoek gebeurt door experts die specifiek zijn opgeleid over de situatie in deze landen van herkomst.

Indien er, ondanks deze strenge controles, toch nog iemand door de mazen van het net weet te glippen kan het statuut achteraf steeds worden ingetrokken.

Wederwoord

Recht op wederwoord: Theo Francken, Staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

Groot was mijn verbazing toen ik in een stuk dd. 13 juli door dewereldmorgen.be (DWM) verweten werd “bewust valse informatie te hebben verspreid onder vluchtelingen” en “het niet nauw te nemen met bestaande rechtsregels en de rechtsstaat” (http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2016/07/13/francken-verspreidde-bewust-foute-informatie-onder-vluchtelingen). Hoewel ik geen lofzang verwacht van dit uitgesproken linkse medium, verwacht ik toch minstens dat DWM de minimale vereisten van de journalistieke deontologie in acht neemt. Voor zijn artikel baseerde DWM zich slechts op één bron, het verslag van MYRIA. Op geen enkele wijze werd mij, noch mijn kabinet, om een reactie gevraagd. DWM achtte het evenmin nodig om de openbare verslagen van de Kamercommissie Binnenlandse Zaken te raadplegen, hoewel mijn beleid daarin uitvoerig besproken, bekritiseerd en verdedigd werd.  Zonder op enige wijze afbreuk te willen doen aan de vrijheid van de pers, acht ik mij daarom genoodzaakt om gebruik te maken van mijn recht op wederwoord, teneinde de meest stuitende citaten van het artikel recht te zetten met de feiten:

  • DWM over de wachttijd tussen aanmelding en registratie: de vluchtelingen bevinden zich in een “juridisch niemandsland”, worden “gedwongen om in precaire en uiterst moeilijke omstandigheden te overleven” en lopen een “permanent risico om bij aanhouding opgepakt te worden wegens onwettig verblijf”.

Toen het aantal inschrijvingen in september om redenen van brandveiligheid ingeperkt werd tot 250 per dag, werd onmiddellijk een systeem van pre-opvang op poten gezet voor elke kandidaat-asielzoeker die zijn asielaanvraag niet de dag zelf kon registreren. Stellen dat ik hen daarmee “dwong om in precaire en uiterst moeilijke omstandigheden te overleven” is de waarheid op een groteske manier geweld aandoen. Het is een klap in het gezicht van de mensen van het Rode Kruis, die zich uit de naad gewerkt hebben om het verblijf in de pre-opvang zo comfortabel mogelijk te maken. Ondanks de hoge werkdruk vonden zij zelfs tijd en energie om activiteiten zoals museumbezoeken, taallessen en een bib voor kinderspeelgoed te organiseren. Ook wat betreft het “permanent risico om bij aanhouding opgepakt te worden wegens onwettig verblijf”, slaat DWM de bal volkomen mis. Elke kandidaat-asielzoeker die zich aanmeldde kreeg een convocatiepapier met een datum van registratie erop. Dit document maakte, in die paar dagen tussen aanmelden en effectieve registratie, aan alle betrokken diensten duidelijk dat het ging om een kandidaat-asielzoeker. Er is me dan ook geen enkel geval bekend van een opgepakte en opgesloten kandidaat-asielzoeker.

  • Over de inperking van de registraties tot 250 en later tot 60: “De Belgische staat handelde los van en zelfs tegen bestaande wetten in”.

In september werden wij geconfronteerd met onhoudbare aantallen nieuwe asielzoekers. In de week van 14 tot 18 september stonden er maar liefst 1.900 nieuwe kandidaten op de stoep van DVZ. Voor elk van hen diende ik bed, bad, brood te voorzien en begeleiding te organiseren. Even belangrijk, ook om redenen van openbare veiligheid, is dat elk van hen een kwalitatief en grondig onderzoek van zijn asielmotieven en identiteit krijgt. Die opdracht is, ik weeg mijn woorden, simpelweg onmogelijk te garanderen aan zo’n tempo. Het instellen van een operationeel maximum van dagelijkse registraties in combinatie met een uitgebreide pre-opvang, was de enige manier om het asiel- en opvangsysteem voor implosie te behoeden. Het is correct dat dit alles niet voorzien was in de wet. De asielwetgeving dateert dan ook van 1980, toen West-Europa hermetisch afgesloten was van de Derde Wereld door het Ijzeren Gordijn van de socialistische landen. Star vasthouden aan dat oude kader had ons een instroom van meer dan tienduizend asielzoekers per maand opgeleverd. Dat zou geleid hebben tot de totale ineenstorting van het Belgische asiel- en opvangsysteem, op kap van de bona fide vluchteling. Ik pas daarvoor. Ik nam daarentegen mijn verantwoordelijkheid door buiten het kader van de wet te zoeken naar een oplossing die niet tegen de wet in ging. Nood breekt wet, wisten de Romeinen al, maar dat was in deze zelfs niet nodig. In de wet staat immers geen enkel verbod op operationele quota, noch is er een expliciet gebod te vinden dat elke asielaanvraag de dag zelf al geregistreerd moet worden. Evenmin verzet de richtlijn zich tegen onze maatregelen, voor zover elke kandidaat-asielzoeker onmiddellijk opvang krijgt en hij zijn asielaanvraag binnen een ‘redelijke termijn’ kan indienen, wat bij ons steeds het geval is geweest. Ondanks verschillende klachten bij de Europese Commissie ben ik hierover nooit op de vingers getikt. Ons noodsysteem hield stand.

  • Over mijn communicatiebeleid: “Er werd opzettelijk foute informatie verspreid”.

DWM verwijst vooreerst naar de kritiek van MYRIA over de brief die vanaf 21 oktober meegegeven werd aan elke nieuwe asielzoeker. Daarin werd vermeld dat de regering op 24 september beslist had om het vluchtelingenstatuut tijdelijk te maken. Terecht merkt MYRIA op dat die beslissing toen nog niet in wet was omgezet, hetgeen op 28 april 2016 gebeurde. Daar was ik mij uiteraard zelf ook wel van bewust. Desalniettemin was het nodig, correct en zelfs in het belang van de nieuwe asielzoekers om hen toen al op die beslissing te wijzen. Nodig, gezien de verblijfsvergunningen van onbepaalde duur een krachtig argument waren waarmee mensensmokkelaars ook economische migranten naar België lokten. Correct, omdat de nieuwe maatregel van toepassing zou zijn op elke aanvraag, ook op deze die al voor de wetswijziging waren ingediend. In oktober was de behandelingstermijn voor nieuwe aanvragen immers al opgelopen tot meer dan een jaar, terwijl de wet zeven maand later al werd gestemd. Het was, kortom, mijn plicht om deze mensen op de hoogte te brengen van deze nakende wetswijziging, gezien die een grote impact zou hebben op hun situatie.

Wat mijn brief- en Facebook-campagne aan de Irakezen betreft tenslotte, vervalt DWM opnieuw in inhoudelijke fouten, te herleiden tot gebrekkig journalistiek werk. Op basis van een uitgebreide, onafhankelijke analyse van de situatie ter plaatse en in navolging van de buurlanden had de Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) op 3 september in alle onafhankelijkheid gecommuniceerd dat hij zijn beleid ten aanzien van Irak zou heroverwegen “omdat de veiligheidssituatie in Bagdad verbeterd was sinds 2014 en niet langer van dien aard is dat elke asielzoeker uit Bagdad een reëel risico loopt in geval van terugkeer”. In mijn brief en Facebook-add werd dit citaat exact overgenomen, gestaafd met een hyperlink naar het persbericht van het CGVS (http://www.cgvs.be/nl/actueel/tijdelijke-beslissingsstop-voor-asielaanvragen-van-irakezen). Het is deze zorgvuldige werkwijze, die de onafhankelijkheid en de expertise van het CGVS ten volle respecteert, die DWM omschrijft als “het bewust verspreiden van foute info”. Helemaal te gek wordt het, wanneer DWM zijn oordeel meent te staven door te verwijzen naar de relatief hoge beschermingspercentages voor gans 2015, terwijl het beschermingsbeleid pas in het najaar verstrengd werd en de percentages daarna een forse duik namen. Dit betreffen stuk voor stuk ernstige inhoudelijke fouten, die vermeden hadden kunnen worden indien DWM, zoals de journalistieke deontologie het nochtans voorschrijft, de moeite had genomen om mijn kabinet te raadplegen vooraleer mijn beleid met vitriool af te branden.

  • Over de opzet van mijn beleid: “Een zo groot mogelijk ontradingseffect te sorteren bij vluchtelingen om zo de instroom te doen dalen.”

In de nazomer van 2015 kreeg dit land een instroom te verwerken die onze draagkracht op zowel logistiek, budgettair als maatschappelijk vlak ver overschreed. Dat vergde gerichte en onmiddellijke actie, waarbij buiten de bestaande kaders moest worden gedacht. Het was er ons altijd in de eerste plaats om te doen er voor te zorgen dat de ‘economische migranten’ die met valse beloftes van smokkelaars naar hier waren gelokt twee keer zouden nadenken alvorens hier asiel aan te vragen. Deze grote instroom van personen die eigenlijk geen nood had aan bescherming zette immers een al te sterke druk op onze mogelijkheden om opvang te voorzien voor de echte vluchtelingen die onze bescherming nodig hadden en verdienden.

De rand van wat wettelijk mogelijk was werd daarbij inderdaad opgezocht, maar nooit overschreden, getuige het feit dat mij geen meervoudige dwangsommensaga, andere veroordeling noch Europese vingertik te beurt gevallen zijn. Uiteindelijk kreeg ik in deze intense crisistijd amper 1 dwangsom opgelegd, van wat later bleek een zuiver Dublingeval te zijn. Betrokkene werd dan ook snel opgesloten en teruggebracht naar Duitsland. Er werd tijdens heel de crisis geen eurocent aan dwangsommen betaald.

Wat mij wel te beurt viel, was een opvangcrisis. Het kostte ons een hectische zoektocht naar 20.000 bedden in 4 maand tijd, maar elke asielzoeker kreeg het bed, bad en brood waar hij recht op had, ook in de donkere wintermaanden. Dat was mijn verantwoordelijkheid en ik heb die opgenomen. Ook dat is in een niet zo ver verleden ooit anders geweest.

Theo Francken

17/07/16

Asielinstroom juni 2016

In juni 2016 klokten we af op 1.089 asielaanvragers, wat 104 minder is dan in mei (1.193), en het laagste cijfer sinds maart 2008, toen er 1.080 mensen asiel aanvroegen. Deze afname is voor het grootste deel (58) te wijten aan een daling van het aantal meervoudige aanvragers (van 357 in mei gezakt naar 299 in juni). Het aantal eerste asielaanvragers daalde met 46, maar duikt voor het eerst wel onder de 800-kaap: 790 (836 in mei). Kortom, in juni 2016 vroegen 790 personen voor het eerst asiel aan in België.

Grootste groep blijft met kop en schouders de Afghanen: in totaal gezakt van 198 naar 187, maar instroom nieuwe Afghanen wel gestegen van 127 naar 136. Opvallendste sprong voorwaarts is voor Albanië, dat opnieuw de top 5 binnendringt (van 33 naar 55). Het aantal nieuwe Albanese asielzoekers is in juni verdubbeld van 22 naar 44. Mijn ontradingsbezoek aan Albanië kwam dus geen dag te laat.

Verder opvallend: het aantal asielaanvragers aan het loket van de Dienst Vreemdelingenzaken duikt voor het eerst onder de kaap van 1000: 995. Dat waren er in mei nog 1.111. De resterende aanvragers dienden zich aan aan onze Schengen-buitengrensposten of in een gesloten centrum.

1/3de

Vandaag 20 maanden geleden legde ik de eed af, daarmee is 1/3de van de legislatuur voorbij. Ik durf zeggen dat ik hard gewerkt en nog meer geleerd heb en ben best fier op wat onze kabinetsploeg al realiseerde.

Ik zet graag mijn top 5 voor u op een rijtje:
1/ We leidden de grootste asielcrisis en humanitaire operatie sinds WO II in goede banen. We slaagden erin elke mens een bed, een bad en een brood te bieden, ook in de donkere wintermaanden. We betaalden 0 euro aan dwangsommen uit. Ik opende een groot asielcentrum in mijn eigen gemeente. Er was burgerbezorgdheid maar het verliep steeds erg waardig. De asielinstroom is door een aantal genomen maatregelen ondertussen sterk teruggelopen.
2/ Sinds 1 maart 2015 moeten vreemdelingen een aanzienlijk bedrag betalen (tot 215 euro pp) om een verblijfsaanvraag in te dienen. Hierdoor daalde o.a. het aantal regularisatieaanvragen van illegalen fors en verbeterde de kwaliteit van de ingediende aanvragen. Het beste bewijs dat ‘gratis’ tot misbruik leidt. Daarenboven zullen binnenkort ook onze steden en gemeenten een bijkomende retributie kunnen innen voor verlengde verblijfsaanvragen van vreemdelingen.
3/ Mijn grootste kritiek als oppositielid had ik op het terugkeerbeleid. De focus lag verkeerd: te veel op de Scott Manyo’s, Navid Shariffi’s en Parweis Sanghari’s en te weinig op criminele illegalen. Onder onze regering geen Scotts, Navids en Parweissen, maar wel recordterugkeercijfers op vlak van illegale criminelen/gevangenen. Tuig moet prioritair het land uit. Met onze GAUDI-acties is het aantal gauw- en winkeldiefstallen in de grootsteden fors gedaald. Illegalen in de gevangenis komen nu nog maar onder één voorwaarde vervroegd vrij: terug naar eigen land.
4/ Na 16 jaar onderhandelen ondertekenden Jan Jambon en ik op 22 april 2016 een akkoord met Marokko over een betere uitwisseling van vingerafdrukken en identificatiegegevens mho op een betere terugkeer van illegale Marokkanen.
5/ Samen met Didier Reynders organiseerden we een reddingsoperatie om in het grootste geheim 250 Syrische Christenen te redden uit Aleppo. Ongezien en nooit eerder gebeurd. Net vandaag vieren ze feest omdat ze intussen 1 jaar hier zijn.

Natuurlijk zijn er nog veel meer realisaties, maar dit is mijn persoonlijke top 5. Dit alles was onmogelijk zonder de uitstekende samenwerking met mijn administraties en met mijn Vicepremier en goede vriend Jan Jambon, waarvoor ontzettende dank.

Het werk is uiteraard nog lang niet af, maar de verandering op asiel en migratie is na al die jaren PS-beleid definitief ingezet.

Bedankt voor alle steun. We plooien niet, we zetten door, we zijn nog maar pas begonnen.

Warme groet en geniet van het weekend,
Theo

Zeep van Aleppo

Zeep van Aleppo, dinsdag gekregen van enkele geredde Christenen.

Het afgelopen jaar was zwaar en emotioneel intens. Het gaat immers altijd om mensen, jong of oud, geschoold of ongeschoold, alleenstaand of in een gezin…
In deze turbulente tijd is er iets dat me zal bijblijven en waar ik best fier op ben: de geheime reddingsoperatie van 250 Christenen uit het verwoeste, belegerde Aleppo. Deze mensen zijn ontzettend blij en dankbaar. Zij willen zoveel teruggeven aan onze maatschappij en dat gaan ze ook doen, daar ben ik zeker van.

De toestand van de Christenen en andere religieuze minderheden in de Arabische wereld is erg precair. Ze zijn vaak de enigen zonder eigen milities en worden heel slecht bejegend. Net daarom stemde de Kamer op het einde van de vorige legislatuur een resolutie om meer expliciete steun te vragen aan de Regering voor deze kwetsbare gemeenschappen. Deze resolutie die er kwam onder mede-impuls van onze N-VA volksvertegenwoordiger en mijn goede vriend Peter Luykx uit Lommel, werd op 23 april 2014 unaniem goedgekeurd door alle Kamerleden. Dit betekent dat ook Groen en Ecolo meestemden. Het is dan ook betreurenswaardig en inconsequent dat zij me met deze reddingsoperatie verwijten aan ‘religieuze discriminatie/racisme’ te doen.
De regering voert gewoon een unaniem goedgekeurde resolutie van het Parlement uit. Een resolutie waarin het Parlement unaniem vraagt dat de regering ‘de bescherming van de religieuze minderheden in de hand moet werken, overal waar deze worden bedreigd’. En dat is net wat we in de praktijk aan het doen zijn, als dat geen voorbeeld van democratie is.

Ik ga dan ook onverstoord op deze ingeslagen weg verder. Ik blijf me inzetten voor de Christenen en religieuze minderheden in de Arabische wereld. En geloof me als ik zeg dat we onder de waterlijn veel goeds doen.

De resolutie vindt u hier: http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/3487/53K3487001.pdf

Meer info en Peter’s opiniestuk ‘Facta non van Verba’ vindt u hier:
http://www.peterluykx.be/2015.07.09

zeep van aleppo

De economische impact van migratie

Medio november gaf ik een lezing voor de bekende Brusselse zakenclub Club van Lotharingen of Cercle de Lorraine. Het ging over de economische impact van migratie. Ik geef ze jullie graag mee:

 

Theo Francken: Cercle de Lorraine 11/11/2015 

 

Beste Ambassadeurs en leden van de Cercle de Lorraine,

 

Het is mij een waar genoegen om vandaag voor u te mogen speechen. U vertegenwoordigt immers de economische elite van ons land, de motor achter onze welvaart. Mijn voorzitter was hier twee jaar geleden al te gast en heeft daar niets dan goede herinneringen aan overgehouden. Vandaag wil ik het met u hebben over een zeer belangrijk thema. Een thema dat ons allen aanbelangt: de migratie naar ons land en de economische impact daarvan.

Vandaag is één op de vijf van alle inwoners in ons land geen Belg van geboorte.[1] Dat zijn meer dan twee miljoen mensen, waarvan ongeveer de helft een nationaliteit bezit van een EU-lidstaat. Een klein miljoen[2] van die buitenlandse inwoners heeft ondertussen de Belgische nationaliteit verworven. Er kan geen twijfel over bestaan: België is één van de belangrijkste immigratielanden binnen de Westerse wereld.

Wat is nu eigenlijk de economische impact van de migratie naar ons land? Daarover is al veel inkt gevloeid. Sommige studies stellen dat de migratie een positief economisch verhaal is. Er wordt dan gewezen op de vele vacatures die anders niet ingevuld zouden raken en op de extra belastinginkomsten uit arbeid en consumptie, die de sociale kosten van migratie ruim zouden overstijgen. Zo publiceerden twee economen van de UCL op 14 oktober een studie[3] waarin zij stellen dat de huidige instroom van asielzoekers de publieke schatkist met meer dan 2 miljard zal spijzen. De krant Le Soir titelde prompt: “Les migrants renforcent l’économie belge”. Andere studies zijn dan weer negatiever. Economische doemdenkers stellen dat migratie louter resulteert in een schaalvergroting van de economie en dat het in het slechtste geval zelfs een extra kostenpost kan vormen voor de ontvangende samenleving.

U ziet, Dames en Heren, dit debat wordt overschaduwd door onduidelijkheid en conflicterende visies. In deze lezing geef ik u graag mijn persoonlijke bedenkingen over deze kwestie. Bedenkingen die gerijpt zijn uit eigen kritische lectuur van economische publicaties, maar ook uit mijn praktijkervaring als Staatssecretaris voor Asiel en Migratie en als burgemeester. Eerst zal ik u een beeld geven van hoe goed, of hoe slecht, ons land het doet in vergelijking met de andere OESO-landen. Vervolgens wil ik u de inspanningen schetsen van de regering om van migratie een economische succesverhaal te maken. Afsluiten doe ik met de alles overheersende actualiteit, de Europese migratiecrisis, en de economische implicaties daarvan voor ons land.

In 2013 publiceerde de OESO een omvangrijke studie[4] over de impact van migratie op de overheidsbudgetten van haar lidstaten. In de meeste OESO-landen is die te verwaarlozen. Er is een impact van amper een half procentpunt in positieve of negatieve zin. De studie legt evenwel interessante verschillen bloot tussen de Oeso-landen van de Oude en van de Nieuwe Wereld. Meneer Denis Robert, ambassadeur van Canada hier aanwezig, zal verheugd zijn om te horen dat zijn land aan de top van het lijstje staat. Samen met Australië en Nieuw-Zeeland noteert Canada een positieve budgettaire impact van meer dan 2 % van het BNP. Europa scoort helaas merkelijk slechter. België kent een licht negatief saldo van -0,43 %. Erger is het gesteld in Frankrijk (-0,84 %) en vooral in Duitsland (-2,3 %), twee landen met een snel verouderende migrantenpopulatie. Ook Zweden, met een nochtans jonge migrantenpopulatie, komt er bekaaid vanaf, met een negatieve budgettaire impact van 2 %.

Deze resultaten mogen eigenlijk niet verbazen. Want uit wat bestaat nu eigenlijk de netto impact van migratie op de economie? Een migrant is net zoals elke burger een consument, een werknemer, een investeerder en een spaarder. In de veronderstelling dat de economische prestaties van de migrant gelijk zijn aan die van de autochtoon, komt migratie gewoon neer op economische schaalvergroting, een louter kwantitatieve verbetering van de economie zeg maar. Slechts indien de migrant economische prestaties aan de dag legt die superieur zijn aan die van de eigen inwoners, kan gesproken worden van een kwalitatieve verbetering van de economie. Dat is zo in Canada en in de andere OESO-landen van de Nieuwe Wereld. Dat is niet zo in Europa. Slechts twee Europese landen, Zwitserland en Luxemburg, noteren een positieve budgettaire impact.

Arbeidsparticipatie is zonder meer de belangrijkste factor in dit verhaal. Zoals u weet, mijne Dames en Heren, bengelt ons land op dit vlak helaas aan de staart van het OESO-peloton. Van onze inwoners die geboren zijn met een vreemde nationaliteit was in 2014 amper de helft aan de slag.[5] We laten nog nipt Spanje en Griekenland achter ons, maar daar is de situatie vertekend door de grote informele economie. Waaraan is deze slechte prestatie te wijten? Opvallend is dat de traditionele sociale democratieën in Europa allemaal slecht scoren. In België en Frankrijk, maar ook in modellanden als Finland en Denemarken, ligt de arbeidsparticipatiegraad bij geboren vreemdelingen tot 10 % lager dan bij de eigen onderdanen[6]. In Zweden, het klassieke ideaaltype van de sociaaldemocratie, ligt die arbeidsparticipatie zelfs 14 % lager. Een gans andere situatie stelt men vast bij de OESO-landen die traditioneel een economisch liberalere koers varen. In het Canada van ambassadeur Denis Robert ligt de arbeidsparticipatie amper 2,7 % lager, terwijl die van de migranten in de V.S. zelfs 2,5 % hoger ligt dan bij geboren Amerikanen. In Europa kan slechts één land de Nieuwe Wereld op dit vlak bijbenen. Ambassadrice Alison Rose zal verheugd zijn te horen dat het V.K.[7] de beste leerling van de Europese klas is, met een arbeidsparticipatiegraad voor nieuwkomers die in de buurt komt van die van Canada, Australië en Nieuw Zeeland. Hoe komt het dat het over het kanaal wél lukt om de migranten aan het werk te krijgen? Niet toevallig is het V.K. economisch het meest liberale land van Europa. Zonder te willen vervallen in exclusieve verklaringen, lijken de aard van het uitkeringsstelsel en de openheid van de arbeidsmarkt aldus een grote rol te spelen.

Maar ook het migratiemodel zelf verschilt aanzienlijk tussen de Angelsaksische en de continentale OESO-lidstaten. Hét opvallendste verschil is ongetwijfeld het veel grotere aandeel aan passieve, of ongekozen, immigratie in West-Europa, wanneer men dat vergelijkt met de immigratie naar de OESO-landen uit de Nieuwe Wereld. Deze landen bezitten stuk voor stuk een lange traditie van selectieve economisch immigratie. Ze trekken migranten aan met specifieke profielen, gekozen op basis van de concrete noden van de eigen arbeidsmarkt. Het gros van de migratie naar Europa komt daarentegen via de gezinshereniging of via humanitaire kanalen als regularisatie of asiel. Europa trekt dus veel migranten aan, maar kijkt daarbij amper om naar de noden van haar arbeidsmarkt.

Ook binnen Europa zelf zijn er opvallende verschillen. Ons land hinkt duidelijk achterop wanneer het gaat om actieve migratie. De recentste cijfers tonen aan dat amper één op de vier (24 %) nieuwkomers van buiten de Europese Unie hier kwam om te werken of te studeren. Er is weliswaar een tendens van verbetering zichtbaar, in 2010 stond de teller op amper 18 %, maar toch doet in onze regio niemand slechter. Nederland en Luxemburg leggen puike cijfers van 40 % actieve migratie voor. Duitsland en Frankrijk zitten daar iets onder. Het cijfer voor onze Gallische buur moet wel genuanceerd worden. Van de 38 % actieve migratie naar Frankrijk bestond 30 % uit studentenmigratie en slechts 8 % uit arbeidsmigratie. De Franse cultuur blijkt veel wervender dan haar arbeidsmarkt.

Dames en Heren,

Indien ons land vandaag zwak scoort in de arbeidsparticipatie van migranten, dan is dat dus deels te wijten aan het te vrijblijvende Belgische uitkeringsmodel en aan onze rigide loonpolitiek, maar zeker ook aan de samenstelling zelf van de migratie naar ons land. Die migratie moet dringend ‘geactiveerd’ worden, willen we er een economisch succesverhaal van maken. De regering maakt daar volop werk van en ik kan u vandaag meedelen dat de eerste resultaten stilaan zichtbaar worden.

In het terugdringen van de ongekozen, passieve, immigratie naar ons land werden reeds grote stappen gezet. De belangrijkste verwezenlijking is ongetwijfeld de vestrenging geweest van de gezinshereniging, ingevoerd door de partijen van de huidige Zweedse coalitie toen de regering Di Rupo in lopende zaken was. Door de invoering van een huisvestingsvereiste en een inkomensvereiste in september 2011 daalde het aantal visa voor gezinshereniging in één klap met 30 %. Mede hierdoor zijn we erin geslaagd om het aandeel actieve migratie op te krikken van 18 % naar 24 %. Maar we ambiëren meer, veel meer. Wij hopen dit jaar opnieuw een grote stap vooruit te zetten door het retributie-recht dat nu is ingevoerd voor de aanvragen tot verblijf bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat retributierecht zal zich laten voelen bij de gezinshereniging, maar ook bij andere belangrijke passieve migratiekanalen zoals de regularisatie om humanitaire redenen. De regering maakte van meet af aan duidelijk dat er geen collectieve regularisatie komt en dat de wettelijke criteria strikt zullen worden geïnterpreteerd. Dankzij deze duidelijke boodschap, en dankzij de invoering van het retributierecht, zijn de aanvragen voor regularisatie op één jaar tijd gehalveerd. De regularisatieprocedure wordt nu opnieuw gepercipieerd als een uitzonderingsprocedure, zoals ze oorspronkelijk ook door de wetgever was bedoeld.

Ook op het vlak van arbeidsmigratie zien we nog marge voor verbetering. België kent nu al één van de vlotste systemen voor de aflevering van werkvisa in Europa, maar we willen nog verder gaan in het terugdringen van nutteloze administratieve overlast. Zo werken we aan een ambitieus project om de oude verblijfs- en arbeidskaarten door één enkele elektronische kaart te vervangen, die zowel toegang zal geven tot het grondgebied als tot onze arbeidsmarkt. Ik kan u melden dat er overeenstemming is bereikt over dit project en dat we met concrete wetteksten naar het parlement te komen in het voorjaar van 2016.

Dames en Heren,

we maken belangrijke vorderingen, maar we moeten nog veel verder gaan indien we van migratie echt een positief economisch verhaal willen maken. Deze opdracht vormde de rode draad van mijn beleid, tot ik deze zomer geconfronteerd werd met een fenomeen dat ondertussen de geschiedenisboeken in gaat als de Europese migratiecrisis van 2015. Over de gigantische logistieke uitdagingen waar we voor staan om de massale instroom te herbergen wil ik het vandaag voor een keer niet hebben. Waar ik het met u wel wil over hebben, is over de economische impact van de asielcrisis op ons land. Is die asielcrisis een economische opportuniteit, dan wel een molensteen rond onze nek?

Toen het aantal asielaanvragen deze zomer door het dak ging, toonden vele patroons zich enthousiast om de nieuwkomers meteen aan een job te helpen. Op 3 september schreef de u welbekende Fernand Huts van Katoennatie een open brief naar politici waarin hij beloofde 500 erkende vluchtelingen aan het werk te zetten, tenminste indien de door hem verguisde Wet Major zou worden afgeschaft. UNIZO tekende dan weer present in het tentenkamp aan het Maximiliaanpark. Met een eigen stand wilde UNIZO de asielzoekers meteen op weg zetten naar het zelfstandig ondernemerschap. In de economische locomotief van Europa waren de reacties van het patronaat mogelijks nog enthousiaster. De CEO van Daimler-Benz, Dieter Zetsche, toonde zich op 15 september bijna lyrisch over de grote instroom van asielzoekers naar zijn heimat. Ik citeer: “Im besten Fall kan die aufnahme von mehr als 800.000 Menschen in Deutschland eine Grundlage werden für das nächtste deutsche Wirtschaftswunder.”

Maar, mijne heren, is er eigenlijk wel reden tot juichen? In een interview met de krant Die Welt van 17 augustus vond Nobelprijswinnaar Joseph Stieglitz[8] dat Duistland dik bofte met zijn vluchtelingen. Het land kampt immers met een snel krimpend reservoir aan arbeidskrachten. Al die hoogopgeleide Syriërs zouden de toekomstige gaten in de arbeidsmarkt kunnen opvullen en zodoende de Duitse economie behoeden voor een Japans scenario. Stieglitz ging net niet zover om het ‘Wir Schaffen das’-verhaal te verpakken als een dringende economische noodzaak. Dat was augustus. De laatste tijd regent het in Duitsland vooral rapporten en studies die uiterst kritisch zijn voor de hoera-stemming van de begindagen. De bevolkingsgroei van meer dan één miljoen mensen die Duitsland dit jaar te slikken krijgt zorgt weliswaar voor extra economische groei, maar die komt louter van de toegenomen overheidsuitgaven en consumptie. Die extra groei valt trouwens maar magertjes uit. Het gerenommeerde Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung (DIW) voorspelde op 16 september dat de migratiecrisis in 2016 zou resulteren in een bijkomende groei van 0,25 % van het BNP. Dat is ruim onder de meer dan één procent waarmee de Duitse bevolking zal aangroeien, waardoor Duitsland er in relatieve termen op achteruit gaat. Een deel van de verklaring is dat de asielzoeker niet zo makkelijk te activeren valt als Stiglitz in augustus voor ogen had. Op 10 september verklaarde de Duitse minister van Arbeid, Andrea Nahles (SPD), in de Bundestag dat amper één op de tien van de asielzoekers in Duitsland over de nodige competenties beschikt om meteen ingeschakeld te worden op de Duitse arbeidsmarkt.[9] Dat nieuws sloeg in als een bom en was van fundamenteel belang in de omslag van de publieke opinie in Duitsland. Het grootste probleem om de asielzoekers aan het werk te krijgen is uiteraard de taalbarrière. Slechts een kleine minderheid van hen spreekt rudimentair Engels. De taal van Goethe onder de knie krijgen wordt voor velen een ronduit onmogelijk opgave. Ook het opleidingsniveau van de nieuwe werknemers ligt ver onder de verwachtingen. Het befaamde Münchense ‘IFO-institut für Witschaftsforschung’ publiceerde op 27 oktober ronduit alarmerender cijfers. Amper 15 % van de Syrische vluchtelingen had voortgezet onderwijs gevolgd. De helft raakte niet verder dan lager middelbaar, terwijl 16 % volstrekt analfabeet is. Het zal een Faustiaanse opdracht worden voor onze Duitse buren om het miljoen nieuwkomers in hun land klaar te stomen voor een volgend Wirtschaftswunder. Ondertussen tikken de kosten wel in ijltempo aan. Het IFO becijferde dat de asielinstroom de Duitse belastingbetaler volgend jaar minstens 10 miljard euro zal kosten.

Dames en Heren,

Ik moet toegeven dat ik de initiële euforie over de economische weldaden van de vluchtelingeninstroom van meet af aan met een gezonde dosis scepsis bekeken heb. Als beleidsmaker vertrouw ik eerder op naakte grafieken dan op uitspraken van Stiglitz. Net zoals in Duitsland zal ook bij ons de instroom volgend jaar resulteren in een bescheiden boost aan de economische groei, maar helaas ook in snel oplopende overheidsuitgaven. Het knelpunt om van deze nieuwe migratiegolf op middellange termijn een positief economisch verhaal te maken is opnieuw de arbeidsparticipatie. De ervaring leert dat we nu al grote moeite hebben bij het inschakelen van erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden. Vorig jaar verscheen een lijvige academische studie[10] over het onderwerp. De auteurs schetsen een moeizaam parcours van arbeidsintegratie, die zij met een knipoog naar de Beatles omschrijven als een ‘Long and Winding Road to Employment’. Vier jaar na hun erkenning is minder dan de helft van de vluchtelingen en subsidiair beschermden effectief aan de slag als werknemer of zelfstandige, en dat inclusief de gesubsidieerde arbeid bij lokale OCMW’s.[11]

Dames en Heren,

Ik zal er geen doekjes om winden, de uitdaging waar we voor staan om de vluchtelingen aan het werk te zetten zal een werk van lange adem zijn. Een werk dat bloed, zweet en tranen zal kosten en het uiterste zal vergen van alle actoren in de samenleving: de overheid, de burger, het middenveld én de bedrijven. Drie zaken zijn de sleutel tot succes: “integratie, integratie en integratie”. De overheid zal er alles aan doen om de nieuwkomers klaar te stomen voor de arbeidsmarkt met taallessen en beroepsopleidingen. In Vlaanderen is inburgering voor nieuwkomers al langer dan twaalf jaar verplicht, met goede resultaten. Ik ben verheugd om te horen dat de Franstalige gemeenschap nu eindelijk ook initiatieven in die richting onderneemt. Op onze inspanningen voor integratie mag geen maat op staan, want anders herhalen we de fouten uit het verleden. Tegelijk doet ons land forse inspanningen om een gunstig fiscaal klimaat te creëren voor aanwervingen. Met de taks-shift worden de patronale lasten voor laaggeschoolde arbeiders sterk teruggedrongen.

Maar de overheid kan de klus niet op zijn eentje klaren. Ook het bedrijfsleven moet op de kar springen. Werk is het alfa en omega om tot werkelijke integratie te komen. Werk geeft de nieuwkomer eigenwaarde en een sociale inbedding in de maatschappij. Ik wens daarom deze speech te gebruiken om een warme oproep te doen aan alle werkgevers in de zaal. Stel uw bedrijven open voor erkende vluchtelingen en geef hen kansen. Val niet te vlug over gebrekkige talenkennis en afwezige diploma’s, maar stel deze nieuwkomers in staat om op de werkvloer zelf ervaring op te doen. Slechts met uw hulp kunnen wij deze opdracht tot een goed einde brengen en van de immigratie naar ons land een succesverhaal maken.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

[1] 2.155.905, waarvan 1.121.387 EU en 1.034.518 derde land. Bron: Myria, laatste jaarverslag, cijfers van 1 januari 2014.

[2] 941.000

[3] http://www.regards-economiques.be/images/reco-pdf/reco_154.pdf

[4] T. Liebig en J. Mo (2013) ‘The fiscal impact of immigration in OECD countries’, uit de ‘International Migration Outlook 2013’.  http://www.keepeek.com/Digital-Asset-Management/oecd/social-issues-migration-health/international-migration-outlook-2013/the-fiscal-impact-of-immigration-in-oecd-countries_migr_outlook-2013-6-en#page1  (noot: ‘foreign born’ als criterium).

[5] 52,4 %, vgl met 63,8 % voor geboren Belgen (oeso statistics database) https://data.oecd.org/migration/foreign-born-employment.htm

[6] Hier: ‘inwoners die van bij de geboorte de nationaliteit van de lidstaat hadden’.

[7] 3 %

[8] http://www.welt.de/wirtschaft/article146478956/Deutschland-hat-Glueck-mit-seinen-Fluechtlingen.html

[9] Zie: ‘Deutsche Wirtschaftsnachrichten’: http://deutsche-wirtschafts-nachrichten.de/2015/09/11/nahles-nicht-einmal-jeder-zehnte-fluechtling-fuer-arbeit-oder-ausbildung-qualifiziert/; Frankfürther Algemeine: http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/wirtschaftspolitik/vielen-fluechtlingen-droht-die-arbeitslosigkeit-13807121.html ; http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/wirtschaftspolitik/arbeitslosenzahl-steigt-durch-fluechtlinge-laut-andrea-nahles-13795574.html

 

[10] A. REA en J. WETS (ed.), The long and winding Road to Employment. An Analysis of the Labour Market Carreers of Asylum Seekrs and Refugees in Belgium. Academia Press, Gent, 2014. Integraal raadpleegbaar op http://www.myria.be/nl/publicaties/careers-the-long-and-winding-road-to-employment

[11] Zie grafiek IV-4 p 121. Bij herhaling werd deze studie aangevoerd om te betogen dat ’55 % van de vluchtelingen na 4 jaar werkt’.  Dat is fout, want dat cijfer is inclusief de werklozen. Dit misverstand is te wijten aan de interpretatie van deze studie door MYRIA, die in haar jaarverslag op p. 39 stelt: “De resultaten zijn bemoedigend, want ze tonen aan dat het aandeel erkende vluchtelingen die actief zijn op de arbeidsmarkt (werknemers, zelfstandigen en werkzoekenden) sterk toeneemt. Het stijgt immers van 19 % op het moment van de erkenning naar 55 % na vier jaar. Het exacte cijfer van zij die effectief werken (als zelfstandige of werknemer) staat niet vermeld in de Careers studie, maar uit visuele deductie van grafiek IV-4 op p. 121 kan afgeleid worden dat het aantal werknemers en zelfstandigen samen zo’n 43 % bedraagt.

ACTIE GAUDI III

GAUDI III  Nieuwe actie tegen winkel – en gauwdiefstallen

Vandaag start voor de derde keer een actie GAUDI tegen gauw- en winkeldieven in illegaal verblijf. De nieuwe actie Gaudi III loopt tijdens de feest- en soldenperiode. De nieuwe actie zal lopen van 05/12/2015 tot en met 31/01/2016 in volgende politiezones: Luik, Charleroi, Bergen, Brussel Hoofdstad-Elsene, Molenbeek, Leuven, Kortrijk, Oostende, Brugge, Gent en Antwerpen + Federale spoorwegpolitie met acties op treinen.

Om de context van de actie nogmaals te schetsen, voor wat betreft de cijfers voor 2014: 1658 winkeldiefstallen (personen), 893 gauwdiefstallen (personen) en 373 (personen) diefstallen door gebruik van geweld. In het totaal brengt dit het aantal diefstallen waarbij de pleger ook fysiek werd aangehouden en in illegaal verblijf was op 2924 op een totaal van 6478 of wat 45% (!) uitmaakt van de geregistreerde delicten door personen in illegaal verblijf in 2014. In vergelijking met de cijfers van de gerechtelijke federale politie geeft dit volgende analyses. In het totaal werden er in 2014 33.245 aangiften gedaan voor gauwdiefstal. Voor wat betreft de winkeldiefstallen, hier werden er in het totaal 21.735 aangiften gedaan. Gezien een gauw – of winkeldief meestal niet één feit pleegt maar verantwoordelijk is voor tientallen feiten kan men duidelijk stellen dat deze personen in illegaal verblijf een zeer groot probleem vormen gezien het aantal fysieke personen in illegaal verblijf vertegenwoordigd in de statistieken.

Aan de politiezones van de deelnemende steden werd gevraagd om in samenwerking met de DVZ de strijd tegen deze personen in illegaal verblijf op te drijven. Verder zal er ook worden gekeken met de federale spoorwegpolitie welke acties mogelijk zijn gezien uit blijkt dat veel pickpockets zich met het openbaar vervoer van stad naar stad verplaatsen.

De resultaten van Gaudi I en II:

  • Gaudi I en II leverde volgende resultaten op: 1062 administratieve aanhoudingen van personen in onwettig verblijf met een delinquent verleden. Hiervan werden er 224 personen vastgehouden in een gesloten centrum met het oog op hun terugkeer, 54 personen in onwettig verblijf werden voorgeleid bij het parket en 32 werden naar de gevangenis. Ongeveer de helft van alle aanhoudingen gebeuren in het kader van winkel -of gauwdiefstallen. De andere voorkomende feiten zijn valsheid in geschriften, drugs en slagen en verwondingen.
  • De zones met de meeste intercepties van Gaudi gevallen zijn de volgende: Brussel hoofdstad, Antwerpen, Gent en Luik. In het kader van het algemene totaal openbare orde is dit dezelfde volgorde.
  • De top 5 van de geïntercepteerde nationaliteiten voor wat betreft Gaudi II (per actie kan dit verschillen bij Gaudi I was de top 5 anders samengesteld) gevallen zijn de volgende voor wat betreft de winkel -en gauwdiefstallen: Algerije, Roemenië, Marokko, Polen en Servië. Kijken naar de top 5 voor alle inbreuken tegen de openbare orde van het land dan is de top 5 als volgt opgedeeld: Algerije, Marokko, Roemenië, Tunesië en Polen.
  • Door de focus duidelijk te leggen tijdens deze acties stijgt het aantal intercepties aanzienlijk voor de beide acties vertaalde dat zich in meer dan een verdubbeling van het aantal aanhoudingen. Concreet voor actie Gaudi II werden 520 personen in onwettig verblijf geïntercepteerd in vergelijking met 2014 meer dan een verdubbeling gezien toen in dezelfde periode 252 personen werden geïntercepteerd voor inbreuken tegen de openbare orde. Ook het aantal vasthoudingen steeg aanzienlijk van personen met een delinquent verleden tegenover 2014 van 22 vasthoudingen in de gesloten centra naar 93 voor actie Gaudi II.
  • Diegenen die niet werden voorgeleid, vastgehouden in de gevangenis of een gesloten centrum werden in een identificatieprocedure gestoken. Indien deze personen achteraf worden geïdentificeerd zal er een actieve opsporing volgen van deze personen door DVZ en de politiediensten.

De resultaten mogen dus zeker gezien worden. Belangrijker nog is het afschikeffect van deze acties. We zien dan ook een fors dalende trend met betrekking tot het aantal gauwdiefstallen (in Antwerpen –33% // Kortrijk -41%) . Ook dalende trend tegenover 2014 van het aantal winkeldiefstallen. Aantal winkeldiefstallen A’pen : -14% // Kortijk: -44% (cijfers eerste 6 maanden van 2014 vergeleken met cijfers eerste 6 maanden 2015).

  • De daling bij het aantal winkeldiefstallen is minder sterk dan bij gauwdiefstallen. Dit komt onder meer dankzij de inzet van de handelaars die zelf meer investeren in onder meer technopreventie (zoals magneetsystemen bijv.) of ingrijpen wanneer ze feit vaststellen en dus niet altijd aangifte doen.
  • We willen dan ook sterk inzetten op winkeldiefstallen=>zelfstandige organisaties rond tafel om mee aan informatieverspreiding te doen van de actie + vragen van zeker aangifte te doen en indien mogelijk ook persoon over te dragen aan politie. Het gevoel van straffeloosheid overheerst bij de zelfstandigen. De actie Gaudi wil een bestuurlijk antwoord bieden op deze problematiek =>belang van oproep om aangifte te doen.
  • De burger moet zonder zorgen zijn kerstinkopen kunnen doen en de handelaar moet met een gerust hart zijn waren te koop kunnen aanbieden.